Het Europees Parlement stemt in met een stevige vereenvoudiging van de Europese wetgeving inzake duurzaamheidsrapportage en due diligence voor grote bedrijven. Dat ook extreme partijen deze vereenvoudigingen steunen, leidt tot veel verontwaardiging en morele veroordelingen. Maar de vraag is natuurlijk wat er voorafging aan deze populistische oneliners.
Niemand twijfelt aan het nobele doel
We hebben het over de wetgeving inzake duurzaamheidsrapportage (CSRD) en de Europese zorgplichtwet (CSDDD of CS “triple” D). Dit zijn ambitieuze regels die vorige legislatuur werden aangenomen om bedrijven uitgebreid te laten rapporteren over duurzaamheidsparameters én hen verantwoordelijk te stellen voor sociale wantoestanden, milieuvervuiling en klimaatschade in hun volledige waardeketen. In essentie verplicht de wet grote bedrijven om misstanden zoals uitbuiting, dwangarbeid, grove ontbossing en ernstige milieu-impact niet alleen te rapporteren maar ook aan te pakken. Niet-naleving kan leiden tot boetes tot 5% van de jaarlijkse omzet.
Niemand twijfelt aan het nobele doel: sociale misstanden en milieuschade aanpakken is vanzelfsprekend. Maar het was vanaf het begin duidelijk dat deze wetgeving een bureaucratisch monster was dat Europese bedrijven voor grote uitdagingen stelde. Ook cd&v-Europarlementslid Tom Vandenkendelaere waarschuwde destijds – hij onthield zich dan ook bij de eindstemming – dat deze regels kmo’s dreigen op te zadelen met bijkomende verplichtingen. Hij wees er terecht op dat grotere bedrijven verantwoordelijkheden dreigen door te schuiven naar kleinere spelers in de keten, en dat civiele aansprakelijkheid bedrijven net terughoudender kan maken om te investeren in duurzaamheid uit angst voor juridische risico’s. De wet werd toch aangenomen.
Maar tijden veranderen. Naarmate de deadlines dichterbij kwamen, werd de roep uit het bedrijfsleven luider: dit is onwerkbaar. Ook in de zogenaamde ‘Verklaring van Antwerpen’, waarin tientallen Europese industriële spelers een ‘European Industrial Deal’ vragen, staat de oproep centraal om overdreven rapportageverplichtingen af te bouwen en wetgeving veel strenger te toetsen op impact op concurrentievermogen en innovatie. Administratieve vereenvoudiging was voor cd&v en de EVP dan ook een absolute prioriteit in de verkiezingscampagne – en de kiezer waardeerde dat. Ursula von der Leyen presenteerde na haar aantreden meteen een competitiviteitskompas, met een Clean Industrial Deal als kroonjuweel. Daarin kondigde ze onder meer een reeks omnibuspakketten aan om complexe wetgeving te vereenvoudigen en rapportagedruk te verminderen. Het doel: 25% minder rapportage voor grote bedrijven en 35% minder voor kmo’s.
Centrumakkoord afgeschoten
Het eerste pakket, Omnibus I, volgde al in februari. Het stelt forser vereenvoudigingen voor aan CSRD en CSDDD. In de praktijk haalt het pakket ongeveer 80% van de ondernemingen uit het toepassingsgebied van de CSRD, en wordt de regelgeving opnieuw toegespitst op de grootste bedrijven. Daarnaast worden extra grendels ingebouwd om te verhinderen dat verplichtingen worden doorgeschoven naar kleinere bedrijven in de waardeketen. Rapportageverplichtingen zouden voortaan enkel gelden voor ondernemingen met meer dan duizend werknemers en meer dan vijftig miljoen euro omzet. In dezelfde geest wordt in de CSDDD de civiele aansprakelijkheid geschrapt, terwijl het recht op schadeloosstelling voor slachtoffers behouden blijft. Ondernemingen krijgen meer tijd om zich voor te bereiden op de nieuwe regels, en de zorgplicht wordt beperkt tot directe zakenpartners, omdat verantwoordelijkheid doortrekken naar indirecte partners in complexe waardeketens in de praktijk ondoenbaar bleek. Ook het zogenaamde trickle-down-effect richting kmo’s wordt ingeperkt - exact waar cd&v destijds al voor waarschuwde.
In de Commissie Juridische Zaken werd hierover na stevig onderhandelen een akkoord bereikt tussen de EVP, de socialisten en de liberalen: de klassieke centrumcoalitie. In de bubbel: een akkoord met hét platform. Dat is in een steeds meer versnipperd Parlement geen evidentie. Deze keer sloten ook ECR en ESN zich daarbij aan, wat leidde tot een ruime meerderheid. Het akkoord verfijnde het toepassingsgebied verder door de CSRD enkel te laten gelden voor bedrijven met meer dan duizend werknemers én een omzet boven 450 miljoen euro, maakte sectorspecifieke rapportage vrijwillig, voegde bijkomende remmen toe om verplichtingen niet door te schuiven naar kmo’s, en verhoogde het toepassingsgebied van de CSDDD naar bedrijven met meer dan vijfduizend werknemers. Ook de regels rond klimaattransitieplannen werden aangepast, onder meer omdat deze recent nog op hevige internationale kritiek botsten.
Toch sneuvelde dit sterke en evenwichtige akkoord in de plenaire stemming: 309 voor, 318 tegen. De stemming was geheim, maar de volledige EVP en de liberalen hebben zich aan de afspraak gehouden, waardoor blijkt dat 31 socialisten het akkoord niet wilden volgen. Door deze interne muiterij, waarbij socialisten zich op het laatste moment samen met de extremen tegen de overeenkomst keerden, kwam helaas geen pro-Europese meerderheid tot stand. Een gemiste kans.
Over meerderheden, hypocrisie en het falen van morele verontwaardiging
Daardoor lag alles opnieuw open. Voor de plenaire stemming van 13 november diende de EVP haar eigen positie opnieuw in, met bijkomende vereenvoudigingen die de wetgeving echt werkbaarder maken voor een groot deel van de Europese bedrijven. Deze aanpassingen werden exclusief door de EVP ingediend, zonder andere fracties, en zeker niet in samenwerking met extremen. De EVP steunde enkel haar eigen amendementen; geen enkel voorstel van extreemrechts. De amendementen haalden een meerderheid, en de aangepaste tekst werd aangenomen met 382 stemmen voor en 229 tegen. Zelfs wanneer men de 97 extreemrechtse stemmen zou wegdenken, behoudt de tekst een meerderheid. De aandachtige lezer zal zeggen: ‘Ja, maar als je die 97 stemmen aftrekt bij de voor stemmen, komen ze wel bij de tegenstemmen’. Dat klopt, maar dat zou betekenen dat de linkerzijde van dit parlement opnieuw rekent op extreemrechts om deze vereenvoudiging tégen te houden. Dat dit vorige plenaire al gebeurde om de centrumdeal te torpederen, daar is blijkbaar geen ophef over?
De verdere aanpassingen zijn eenvoudig: het toepassingsgebied van de CSRD verschuift naar bedrijven met meer dan 1750 werknemers, en de verplichte klimaattransitieplannen in de CSDDD worden geschrapt. Vooruit roept nu moord en brand en beweert dat wanneer een fabriek instort en er slachtoffers vallen, het de schuld van de EVP zou zijn. Maar dat is pure populistische retoriek. De meeste socialisten en liberalen steunden eerder zonder probleem het platformakkoord. Het schrappen van klimaatplannen heeft niets te maken met veiligheidsnormen van fabrieken. Bovendien steunden 15 socialisten en 17 liberalen het resultaat van de EVP. Het morele vingertje richting cd&v is dus gemakkelijk, maar even goed kan men het richting de eigen Europese socialisten uitsteken. De rest van het akkoord blijft overeind, net als de essentie van beide wetgevingen. Zo kan Europa een verschil maken in belangrijke waardeketens, zonder bedrijven die vandaag al in zwaar vaarwater zitten te overbelasten met overdreven rapportage. Het standpunt van het parlement ligt overigens vrijwel volledig in lijn met dat van de Raad van Ministers. Maar als die Raad, waarin ministers van verschillende politieke stromingen zetelen, inclusief socialisten, hetzelfde standpunt inneemt, betekent dat dan dat de Raad óók extreemrechts zou zijn?
Intussen blijft de dubbele standaard schrijnend. Socialisten en groenen stemmen zelf samen met extreemrechts wanneer het hen uitkomt, bijvoorbeeld wanneer ze vereenvoudiging willen tegenhouden, zelfs wanneer er een degelijk centrumakkoord ligt. Tegelijk willen ze de EVP het recht ontzeggen om amendementen of eigen voorstellen in te dienen. Wie vindt dat een fractie geen voorstellen of amendementen mag indienen, die ontneemt een fundamenteel parlementair recht. Dat zou betekenen dat de grootste fractie in het Parlement slechts iets mag vinden wanneer groenen of socialisten het toelaten. Terwijl net die laatste fracties forse verliezen leden in de Europese verkiezingen en de EVP overtuigend de grootste bleef. De wereld op zijn kop.
Daarbij komt dat de EVP deze week in drie belangrijke dossiers expliciet zijn nek uitstak om tot sterke centrumakkoorden te komen, iets waar cd&v altijd voor pleit. Voor de meerjarenbegroting en de klimaatdoelstellingen voor 2040 lukte dat, zelfs mét steun van de Groenen. Ook voor deze omnibus was er aanvankelijk zo’n akkoord, tot 31 socialisten het doelbewust kelderden.
Waar het echt om draait
Wie zich blindstaart op morele verontwaardiging en meerderheden, mist de essentie. Volgens de vakbonden gingen de voorbije vier jaar één miljoen industriële jobs verloren. Herstructureringen en jobverlies zijn alomtegenwoordig, vooral in energie-intensieve sectoren. Europa is geëvolueerd van exporteur naar importeur, onder andere in chemie en staal, en importeert vandaag massaal producten die buiten de EU worden gemaakt onder veel lagere sociale en ecologische standaarden en met een veel hogere CO₂-uitstoot dan wat Europese bedrijven wordt opgelegd.
Als we die neerwaartse spiraal willen stoppen, moeten we durven bijsturen. Ondernemers zijn duidelijk: een forse vereenvoudiging van het Europese regelgevend kader is een noodzakelijk element. Als we die geesten niet laten rijpen, vernietigen we niet alleen talloze jobs, maar ook het fundament van onze sociale welvaartsstaat, én de bescherming van onze planeet. En wie is daarmee gediend?