De geschiedenis van ons land en Leopoldsburg zijn nauw met elkaar verweven.  Tot 1830 bestond Leopoldsburg niet.  Het maakte deel uit van de de Grote Heide van Beverlo.  Wanneer na de Belgische onafhankelijkheid de Nederlanders België in augustus 1830 opnieuw binnenvallen, blijkt dat de bedreiging vanuit het Noorden reëel blijft.  Pas op 18 april 1839 erkent Nederland de Belgische onafhankelijkheid met het Verdrag van de 24 artikelen. België verloor hierbij Nederlands-Limburg en het Groot Hertogdom.  


In 1834 kwam Leopold I op verkenning naar de Grote Heide.  Lommel was toen nog Nederlands grondgebied.  De Heide lag dus vlak aan de grens.  Leopold I was overtuigd dat op deze vlakte een groots militair kamp tegen de Hollanders moest gebouwd worden.  De grond was bovendien goedkoop en er was veel grondwater dat gebruikt kon worden voor de vele paarden die de militairen zouden meebrengen. 


Een jaar later was het militair kamp klaar.  In juli 1835 kwam Leopold I opnieuw naar de Heide waar een logement voor 20 000 soldaten was opgetrokken en zelfs een paleis voor de koning en de minister van Oorlog was gebouwd. Ondanks de vrede met Nederland in 1839 beslist minister van Oorlog Chazal dat er een permanent kamp zou gebouwd worden.  Zo werd er een infanteriekamp gebouwd voor 20 000 soldaten, een caveleriekamp voor 10 000 cavaleristen en 3 000 paarden, een militair hospitaal (het eerste en modernste in Europa toen), een bakhuis voor 6 000 broden per dag ,een slachthuis, een militair spoornet van 115 km.  Er werd een kanaal gegraven om al het bouwmateriaal van het nieuwe kamp en de nieuwe gemeente te kunnen vervoeren.   


In 1842 besliste de gemeente Beverlo samen met Generaal Hurel om aan de westrand van het militair Kamp een dorpskern uit te bouwen.  Er werd een postkantoor, een kerk, een pastorij en een gemeenteschool gebouwd.  Middenstanders uit Beverlo maar ook verder uit het hele land die naar Leopoldsburg kwamen afgezakt om eten, drinken, kleding en vertier aan de soldaten aan te bieden, moesten zich in die nieuwe dorpskern vestigen.  De nieuwe dorpskern kreeg de naam genoemd naar de eerste Koning Leopold, Bourg Leopold of Leopoldsburg. Op 4 juni 19850 werden Leopoldsburg en Heppen losgeknipt van Beverlo en zelfstandige gemeenten.  Er woonden toen al een 900 mensen in Leopoldsburg.  Even later kwam er een gemeentehuis (eerst steen werd gelegd op 21 juli 1856, de 25ste verjaardag van de troonsbestijging van Leopold I), een gevangenis, een station, een politiekantoor, een brandweerkorps, etc.  Rond de eeuwwisseling woonden er 3512 inwoners in de jongste gemeente van België.  De liberaal Hubert Vander Elst (tabakshandelaar uit Beverlo) werd de eerste burgemeester.
Vlak voor de Eerste Wereldoorlog was Leopoldsburg uitgebouwd één van de meest moderne militaire kampen van Europa met 40 000 militairen en 4000 paarden. De Duitsers namen in 1914 onmiddellijk het militair kamp over en bouwden er een Ubüngsplatz uit, een opleidingskamp voor Duitse soldaten die ingezet werden aan het Ijzerfront.  Tussen 600 000 en 1 miljoen Duitse soldaten zouden in de Eerste Wereldoorlog hun opleiding in Leopoldsburg gekregen hebben.  Het militair kamp werd hiervoor door de Duitsers verder uitgebouwd met rioleringswerken en een volledige electrificatie van het kamp.  Hier werden ook de eerste experimenten uitgevoerd alvorens het chemisch gas aan het front rond Ieper in te zetten. 

Tijdens de Tweede Wereldoorlog namen de Duitse militairen opnieuw het kamp in.  De Duitsers gebruikten het kamp niet enkel voor opleidingen maar ook voor politieke gevangenen te huisvesten.  Van hieruit werden vele politieke gevangenen afgevoerd naar de concentratiekampen. In mei 1944 bombardeerden de geallieerden het militair kamp van Beverlo.  Op die manier wilden ze de aanvoerlijnen van Duitse militairen naar het front in Normandië doorknippen.  In september 1944 werd Leopoldsburg bevrijd en werd het startsein gegeven van Operatie Market Garden waar de bekende film A Bridge too Far over gaat.

Na de Tweede Wereldoorlog werd het militair kamp en het burgerlijke centrum opnieuw opgebouwd en bleef Leopoldsburg tot op de dag van vandaag de belangrijkste garnizoensstad van ons land.

WOUTER IN LEOPOLDSBURG


Wouter is een geboren en getogen ‘Kampenaar’.  Zijn vader vestigde zich in 1973 na zijn opleiding als arts in de Maarschalk Fochstraat.  Even later verhuisde vader Beke en moeder Lourdaux met de pas geboren Wouter naar Generaal de Krahestraat.  Snel zou hij een broer Maarten en een zusje Nele erbij krijgen.

Wouter liep school bij de Broeders van Liefde in het Sint Michielsinstituut en later bij de OLV Visitatie.  Hij was geëngageerd bij het theatergezelschap SKOOP, de muziekgroep Ulysses en ging in lommel naar de KSA.  Na zijn humaniora in Leopoldsburg ging hij naar de Leuvense Universiteit.

Sinds 1 januari 2013 is Wouter (de zestiende) burgemeester van de mooie Limburgse gemeente Leopoldsburg.  Hij bestuurt er samen met SPA/Vooruit.  Tijdens zijn burgemeesterschap is er een nieuwe brandweerkazerne, twee nieuwe kinderopvanginitiatieven (in Leopoldsburg en in Heppen), nieuwe creatieve ateliers en een vernieuwing van het cultuurcentrum én een nieuw gemeentehuis gekomen.  Diensten die verspreid zaten op meerdere locaties werden gegroepeerd in één nieuw gebouw dat een voorbeeld is inzake energiezuinigheid.  


WIJGEVOEL VERSTERKEN


Ook was het realiseren van een nieuw museum van meet af een van de grote ambities.  Hiervoor is een lange weg afgelegd en zijn door Wouter veel subsidies via de provincie, LSM, Nationale Loterij en de Vlaamse gemeenschap aangesproken.  Volgend jaar zal het museum eindelijk open gaan.  .  Het museum zal niet enkel over de lokale geschiedenis van Leopoldsburg gaan – die op zich al nationale geschiedenis is – maar heeft de ambitie om het In Flanders Fields van het Oosten te worden.


Maar het gaat meer dan om een museum.  Het gaat over het versterken van het WIJGEVOEL in onze gemeente.  Daarvoor nam hij het initiatief om in 2016 de eerste Groote Rappel te organiseren.  In samenwerking met massaspektakelregisseur Luc Stevens bracht hij 600 vrijwilligers op de been die de geschiedenis van Leopoldsburg met een musical een tiental keren voor duizenden mensen brachten.  In 2019 werd dit herhaald met de Groote Rappel II en in mei 2024 zal er een derde editie komen.  De Groote Rappel verwijst ook naar de ‘rappel’ die vele duizenden dienstplichtigen in het verleden in Leopoldsburg moesten komen doen.  Honderd duizenden mannen hebben er als jonge man de tijd van hun leven gehad.  
De Grote Rappel past in een rij van vele andere initiatieven die in Leopoldsburg intussen worden genomen om het WIJGEVOEL te versterken.  Zo is er in de zomer Kamp Knalt, Kwamp Swingt, Leopoldsburg Zingt, Buitenbeenpop … telkenmale initiatieven die veel volk op de been brengen maar ook veel mensen als vrijwilliger mobiliseren.


SOCIAAL-ECONOMISCHE FUNDAMENTEN VERSTERKEN


Naast het WIJGEVOEL zet Wouter ook sterk in om de sociaal-economische fundamenten te versterken.  Hij zorgde er in Brussel mee voor dat infrabel maar liefst 14,5 miljoen euro in de electrificatie van het de spoorlijn Hasselt-Mol.  Was er vroeger zelfs sprake van het opheffen van deze spoorlijn, dan zorgt deze investering voor de verankering ervan.  Belangrijk voor vele honderden reizigers uit Leopoldsburg die elke dag gebruik maken van de trein.  En voor het milieu en onze gezondheid.  In plaats van stinkende dieseltreinen komen er milieuvriendelijke electrische treinen


Als schepen van sociale zaken nam hij het initiatief om een dienstenchequeonderneming op te starten om mensen thuis in het poetsen te ondersteunen.  Er kwam ook een strijkatelier bij.  Op die manier krijgen mensen de kans om een volwaardige job uit te oefenen en worden gezinnen ondersteund.  De dienstenchequeonderneming is uitgegroeid tot het grootste private werkgever van de gemeente. Sinds Maart 2016 is er ook een sociale kruidenier gekomen waar mensen die het moeilijk hebben voedings-, verzorgings- en onderhoudsproducten kunnen kopen.  Wouter bouwde als schepen van sociale zaken ook de kinderopvang uit en nam het initiatief om een nieuw woonzorgcentrum en serviceflats te bouwen. 


Het centrum van Leopoldsburg kreeg ook nieuwe impulsen. Het handelscentrum dat vooral tussen de twee wereldoorlogen gebouwd is om de duizenden militairen elke dag ’s avonds in de cafés te kunnen ontvangen, moest na de opschorting van de dienstplicht een nieuwe dynamiek kennen. Zo werd het binnengebied van het handelscentrum ontwikkeld met een woonzorgcentrum, serviceflats, appartementen, een buurtwinkel, etc.


Defensie heeft heel wat militaire domeinen afgestoten.  Deze domeinen een toekomstgerichte bestemming geven is een werk van lange adem.  Eén perceel werd gebruikt om de nieuwe  brandweerkazerne te bouwen.  Een ander perceel is gebruikt om het nieuw museum te bouwen en zo ook het oude chinese paviljoen te bewaren. Kwartier IJzer wordt een jongerencampus waar naast het jeugdhuis, ook de chiro en een aantal sociale verenigingen hun plek krijgen.  Kwartier Reigersvliet zal ontwikkeld worden met een nieuwe gevangenis (die voor heel wat tewerkstelling zal zorgen), een KMO-zone en een nieuw recyclagepark.  


Ook andere sites krijgen een nieuwe bestemming.  Zo heeft de oude rusthuissite aan de kiosk van Leopoldsburg voor nieuwe mooie woongelegenheden vlak bij het groen en toch in het centrum.  De site aan de kanaalkom waar vroeger bouwbedrijven gehuisvest waren, hebben eveneens een nieuwe bestemming gekregen met het project ‘wonen aan het water’.

Bestaande infrastructuur moet ook blijvende aandacht krijgen.  Daarom werd het cultuurcentrum in een nieuw kleedje gestoken, werd het uitgebreid met de creatieve ateliers, kreeg de kerk van Strooiendorp een volledige renovatiebeurt en staat de neo-romaanse Onze Lieve Vrouw Hemelvaartkerk in de steigers voor een renovatie.