Een jaar geleden hield JD Vance in München een toespraak die in Europa aanvoelde als een koude douche. Vandaag komen leiders opnieuw samen op de Munich Security Conference. Er blijft een ongemakkelijke waarheid. De algemene toon in Washington kan wel wat schommelen, maar de strategische koers van de VS verandert niet: Europa zal steeds meer op zichzelf moeten vertrouwen voor zijn veiligheid.
Een koude douche in München
Exact een jaar geleden hield JD Vance op de Munich Security Conference een toespraak die in Europa als een koude douche werd ervaren. Met een mengeling van minachting en strategische kilheid maakte hij duidelijk dat de Verenigde Staten niet langer vanzelfsprekend in de bres springen voor Europa. Het ging niet alleen om electoraal spierballengerol voor de anti-Europese MAGA-achterban in de VS en hun geestesgenoten hier, maar ook om een voortzetting van de al langer ingezette ‘pivot to Asia’. De toon kan nog wijzigen, de boodschap niet. Europa zal meer op zichzelf aangewezen zijn voor zijn veiligheid.
Zelfs wanneer de VS formeel binnen de NAVO blijven, kan een verminderde inzet of het loslaten van afspraken zoals de Berlijn Plus-akkoorden Europa in een situatie brengen waarin het militair niet zelfstandig een ernstige crisis kan aanpakken. Vandaag beschikken we zonder Amerikaanse steun niet over robuuste command-and-controlstructuren, strategische inlichtingen, luchtverdediging en logistieke slagkracht.
Die kwetsbaarheid is tastbaar. Het Bruegel Instituut en het CSIS hebben dat recent cijfermatig onderbouwd. In zijn analyse berekende Max Bergmann dat Europa, om de Amerikaanse militaire aanwezigheid te vervangen, tientallen extra brigades, honderden gevechtsvliegtuigen, massale investeringen in luchtverdediging en raketschilden en een volledig eigen satelliet- en inlichtingenarchitectuur nodig heeft. Het gaat over honderden miljarden euro’s en minstens een decennium aan gezamenlijke planning en industriële opbouw. Dat overstijgt elke individuele lidstaat.
Verdragsbeloften zonder macht zijn leeg
En precies daar raken we de kern van de Europese verdragen. Artikel 42.7 van het EU-verdrag bevat een collectieve verdedigingsclausule die in theorie zelfs verder reikt dan artikel 5 van de NAVO. Maar verdragsbeloften zonder capaciteiten zijn leeg. Wanneer Europa zijn eigen veiligheid niet kan garanderen, wat betekent dan nog de politieke geloofwaardigheid van de Unie? In diezelfde verdragen ligt nochtans de basis voor een echte defensie-unie. Wat ooit politiek gevoelig lag, is vandaag noodzakelijk.
De recente top in Alden Biesen toonde dat dit besef ook in andere domeinen groeit. Competitiviteit, industrie en veiligheid hangen samen. Versnippering verzwakt ons, schaal versterkt ons. Soevereiniteit in de 21e eeuw betekent dat we macht bundelen. Alleen zo voorkomen we dat Europa speelbal blijft van grootmachten. Het klinkt paradoxaal, maar het is de realiteit: wie zijn soevereiniteit tegenover China of de Verenigde Staten wil versterken, zal bevoegdheden op Europees niveau moeten samenbrengen.
Het gaat over welvaart en veiligheid
Diezelfde logica geldt voor Oekraïne. De steun aan Kiev is geen liefdadigheid, maar een investering in onze eigen veiligheid. Een Oekraïne dat standhoudt, houdt ook de Russische dreiging weg van onze grenzen. Daarom moet Europa vandaag blijven leveren: wapens, middelen en politieke steun. Morgen moet het ook perspectief bieden. Een toekomst binnen de Europese Unie, in een tempo dat realistisch en eerlijk is voor alle lidstaten, zonder strategische dubbelzinnigheid.
In een wereld waarin Amerikaanse prioriteiten verschuiven en autoritaire machten assertiever worden, kan Europa zich geen verdeeldheid veroorloven. Strategische autonomie is geen ideologisch project. Het is een voorwaarde om onze manier van leven te beschermen en onze welvaart en veiligheid te verankeren. De vraag is niet of we dat willen. De vraag is of we de moed hebben om nu echt de volgende stap te zetten.
Wouter Beke
Europees Parlementslid