Bij Vynova en INEOS wordt duidelijk wat er vandaag op het spel staat voor de Europese chemie

Publicatiedatum

Tags

Industrie

Auteur

Wouter Beke

Deel dit artikel

De Europese chemiesector staat onder zware druk. Dat blijkt uit cijfers en rapporten, maar het wordt pas echt tastbaar wanneer je ter plaatse gaat kijken. Die vaststelling is niet nieuw, maar werd tijdens recente bedrijfsbezoeken aan Vynova Group in Tessenderlo-Ham en INEOS Belgium in Antwerpen opnieuw bevestigd.

De cijfers schetsen een ontnuchterend beeld. Tussen 2022 en 2025 werden in Europa ongeveer 160 sluitingen van chemische productiesites aangekondigd. Samen gaat het om een verlies van zo’n 37 miljoen ton productiecapaciteit, bijna 9% van het Europese totaal. De sociale impact is groot, met ongeveer 20.000 directe jobs die verdwenen en naar schatting 90.000 indirecte jobs die onder druk staan. En dat cijfer zegt nog weinig over de structurele gevolgen verderop in de waardeketen.

Ook in Vlaanderen stapelen de signalen zich op. Bedrijven als Celanese, Evonik, Envalior, BASF, TotalEnergies en INEOS legden installaties stil, kondigden herstructureringen aan of plannen definitieve sluitingen. In de Antwerpse chemiecluster draaien installaties vandaag nog maar op ongeveer 65% van hun capaciteit, het laagste niveau sinds 1981. In normale omstandigheden ligt dat tussen 80 en 85%. Dat verschil lijkt technisch, maar wijst op een structurele verzwakking van een sector die jarenlang een ruggengraat van onze economie was.

Chemie vormt de basis van tal van producten en toepassingen. Ze zit in materialen voor woningen en infrastructuur, in medische toepassingen, waterzuivering, energie, batterijen en defensie. Bedrijven zoals Vynova Group en INEOS Belgium maken deel uit van die basis. Ze leveren producten en grondstoffen die nodig zijn voor tal van andere sectoren. Wanneer zulke spelers onder druk komen te staan, raakt dat veel meer dan één fabriek of één regio.

Wat nog mogelijk is, en wat onder druk staat

In Antwerpen bezocht ik INEOS Project One, een van de grootste industriële investeringen die vandaag nog in Europa worden gerealiseerd. Het project toont wat mogelijk blijft wanneer bedrijven durven investeren en wanneer de randvoorwaarden juist zitten. De schaal, de technologische ambitie en de kennis die hier samenkomen, illustreren dat Europa nog altijd over sterke industriële troeven beschikt.

Tegelijk staat dat potentieel in scherp contrast met de onzekerheid die ik hoorde tijdens het bezoek aan Vynova in Tessenderlo-Ham. Vynova is een van de oudste chemische spelers in Limburg en vormt een belangrijk onderdeel van het lokale industriële weefsel. Ook daar wordt elke dag gezocht naar manieren om competitief te blijven in een context van hoge energieprijzen, toenemende internationale concurrentie en onzekerheid over toekomstig beleid. Wat daar verteld wordt, hoor je vandaag op veel plaatsen in Europa: investeringsbeslissingen worden uitgesteld, marges komen onder druk te staan en de ruimte om risico’s te nemen wordt kleiner.

Geen sectorprobleem, maar een systeemprobleem

Wat zich vandaag afspeelt in de chemie, gaat over meer dan één sector. Chemie vormt de basis van tal van waardeketens, van bouw en mobiliteit tot gezondheidszorg, energie, defensie en nieuwe technologieën. Wanneer chemische productie Europa verlaat, verdwijnen niet alleen fabrieken, maar verzwakken volledige industriële ecosystemen die vaak decennia nodig hadden om te groeien.

Daar komt een bredere paradox bij. Europa boekt vooruitgang richting zijn klimaatdoelstellingen, deels omdat energie-intensieve industrieën onder hun capaciteit draaien. Op papier lijkt dat een succes, maar in werkelijkheid verschuift productie naar regio’s met een hogere koolstofintensiteit. De Europese uitstoot daalt, terwijl de wereldwijde uitstoot stijgt. Tegelijk groeit onze afhankelijkheid van invoer uit derde landen, wat onze strategische autonomie verder onder druk zet.

Van analyse naar politieke actie

Die bezorgdheid leeft al langer. In april 2025 nam het Europees Parlement een resolutie aan om de internationale concurrentiekracht van energie-intensieve industrieën, zoals de chemie, te versterken en bedrijven beter te ondersteunen in hun energie- en klimaattransitie. Als hoofdonderhandelaar voor de EVP-fractie heb ik mee aan die resolutie gewerkt.

In die resolutie onderstrepen we dat energie-intensieve sectoren van vitaal belang zijn voor de welvaart en strategische autonomie van Europa. Ze vormen de basis van tal van producten en waardeketens en zorgen voor duizenden jobs. Tegelijk staan ze onder zware druk door torenhoge energieprijzen en oneerlijke concurrentie uit het buitenland.

Tijdens de onderhandelingen heb ik sterk ingezet op technologieneutraliteit, met ruimte voor alle beschikbare oplossingen, waaronder waterstof en koolstofafvang. Daarnaast roept de resolutie de Europese Commissie expliciet op om werk te maken van snellere en werkbare vergunningen, omdat dat vandaag een van de grootste remmen is op investeringen.

Die politieke inzet blijft niet beperkt tot het Parlement. Samen met andere Belgische EVP-Europarlementsleden heb ik recent ook een brief gestuurd aan de Europese Commissie om de ernst van de situatie te onderstrepen en aan te dringen op snelle, concrete maatregelen. In die brief wijzen we op het versnellende tempo van sluitingen in de chemische sector, de terugval in investeringen en het risico op blijvend capaciteitsverlies. De boodschap is duidelijk: zonder ingrijpen dreigt Europa zijn chemische basis verder te zien afbrokkelen, met gevolgen voor jobs, strategische autonomie en de klimaattransitie.

Tijd voor uitvoering

De voorbije jaren zijn op Europees niveau belangrijke plannen en strategieën ontwikkeld, waaronder de Clean Industrial Deal. Die zetten de juiste richting uit. Tegelijk maken de gesprekken op de werkvloer duidelijk dat plannen alleen niet volstaan. Bedrijven wachten op maatregelen die ook voelbaar zijn in de praktijk: lagere energie- en koolstofkosten, meer voorspelbaarheid, minder cumulatieve regeldruk, gerichte steun voor de vraag naar Europese en koolstofarme producten en een duidelijk antwoord op oneerlijke importdruk.

In dat licht wordt de Europese competitiviteitstop van 12 februari in Alden Biesen een belangrijk moment. Niet omdat er nog analyses nodig zijn, maar omdat keuzes zich opdringen. Keuzes die bepalen of Europa zijn industriële basis kan behouden en vernieuwen, of verder terrein verliest in een steeds hardere internationale concurrentiestrijd.

De bedrijfsbezoeken aan Vynova en INEOS maken duidelijk wat er vandaag op het spel staat. Ze tonen tegelijk het potentieel dat Europa nog in huis heeft en de kwetsbaarheid van dat industriële weefsel. Wat verdwijnt, komt zelden terug. Net daarom is snelle en concrete actie nodig, voor jobs, voor welvaart en voor de geloofwaardigheid van onze industriële en klimaatambities.Zonder een sterke chemische basis in Europa wordt ook de klimaattransitie moeilijker, omdat we dan afhankelijk worden van ingevoerde materialen met een hogere uitstoot en minder controle over productieprocessen.

Nieuws

Op de opening van NanoIC in Leuven, Europa’s sleutelproject voor chipinnovatie

Europa’s welvaart, jobs en strategische autonomie beginnen bij technologie. Daarom ben ik bijzonder trots dat we hier in Vlaanderen, binnen de Europese Chips Act, Europa’s strategische NanoIC-pilootlijn officieel hebben geopend bij imec in Leuven.

Top in Alden Biesen zal meer moeten opleveren dan goede intenties

Opinie in Knack 9 februari 2026 - Op 12 februari verzamelen Europese leiders in Alden Biesen, op nauwelijks enkele tientallen kilometers van mijn voordeur. Wat daar besproken wordt, raakt niet alleen Brussel of Europa, maar ook de fabriekshallen, woonwijken en havens in Vlaanderen. 

Mijn reisverslag van 48 uur in Kiev: "De extreme kou als wapen"

Afgelopen week verbleef ik 48 uur in Kiev met een delegatie van de commissie Defensie. Dit reisverslag bundelt wat ik daar zag, hoorde en meemaakte, tegen de achtergrond van een stad in oorlog en in winterkou.