Staatshoofden en regeringsleiders kwamen samen in het mooie Limburgse Alden Biesen, in een context van afnemende Europese competitiviteit, het wegvallen van goedkoop Russisch gas, een assertieve Amerikaanse tariefpolitiek en toenemende druk vanuit China via oneerlijke handelspraktijken.
De sfeer was alvast constructief. Of het aan de locatie, de Limburgse gezelligheid of de vlaai lag, is niet duidelijk. Wel duidelijk was dat lidstaten voor veel zaken naar de Europese Commissie kijken, en de Commissie kijkt op haar beurt vaak terug naar de lidstaten. Denk aan te veel gold-plating (zoals de ‘Terrible Ten’-barrières op de interne markt), te weinig ETS-opbrengsten die terugvloeien naar de industrie en hoge energietaksen op elektriciteit.
Ik hoop dat Alden Biesen echt deel zal uitmaken van de hink-stap-sprong. De hink vond twee jaar geleden plaats met de Antwerp Declaration, gevolgd door de rapporten van Draghi en Letta. De tussenstappen zagen we in het competitiviteitskompas, de Clean Industrial Deal, ons rapport over de energieintensieve bedrijven en nu dus deze belangrijke informele top. Nu is het te hopen dat zowel de lidstaten als de Europese Commissie over hun eigen schaduw heen springen tijdens de formele Europese top van 19 en 20 maart.
Dat de deadline opnieuw wat opschuift, valt te verwachten. Tussen 12 februari en 19 maart liggen opnieuw vijf weken. Voor ons als beleidsmakers lijkt dat misschien beperkt, maar voor een industrie die met het water aan de lippen staat, is dat kostbare tijd. Tijd die hopelijk wordt benut om een duidelijk plan op tafel te leggen, met heldere tijdslijnen, sterke opvolgingsmechanismen en een stevig engagement van Commissie, Raad en Europees Parlement om er samen werk van te maken. Europa heeft vaak een crisis nodig om écht te springen. Nu is het tijd om dat te doen voor onze competitiviteitscrisis.
We verwachten zes pijlers in dat plan:
- Versnellen van de afbouw van de regeldruk.
- De interne markt voor kapitaal, energie en telecom stevig verdiepen en opschalen, met een 28e regime als gamechanger en een Industrial Accelerator Act als boost voor Europese low-carbonproducten.
- Meer consolidatie en een soepelere omgang met fusies in strategische sectoren, gekoppeld aan een sociaal contract dat investeringen en innovatie waarborgt. Bescherming van strategische sectoren zoals defensie, ruimtevaart, cleantech, quantum, AI en betalingssystemen.
- Krachtige investeringen in de energie-unie: in netwerken, meer hernieuwbare energie (en wat mij betreft ook nucleair), een herziening van het marktsysteem en een grondige blik op het ETS-systeem. Daar zie ik ruimte voor extra flexibiliteit en ademruimte voor bedrijven, door het tempo aan te passen en te werken aan de enabling conditions, zonder het systeem volledig overhoop te halen. Ik geloof in ETS, mits meer pragmatiek en een haalbaarder tempo.
- Onze bedrijven beter beschermen tegen oneerlijke import: sneller inzetten van de 'trade defense toolbox' en nadenken om nieuwe mechanismen te ontwikkelen. Voor mij moet dat gekoppeld worden aan een veel sterker douanebeleid: we moeten controleren dat wat hier binnenkomt zoveel mogelijk aan onze standaarden voldoet. Ook de miljarden pakjes die uit China komen. Anders haalt dat de hele geloofwaardigheid van ons eigen beleid onderuit.
- Een sterke handelsagenda, gericht op diversificatie. India en Indonesië zijn afgerond. Er liggen nog kansen met Australië, ASEAN als sterk opkomende regio, en de Golfstaten. Dit weekend trek ik met de commissie internationale handel naar de Filipijnen om onze handelsbelangen daar verder te versterken.
De hink was aarzelend. De tussenstappen waren op papier zeker de juiste, maar bleven hangen in de uitvoering. Het is tijd om de komende vijf weken te gebruiken voor een stevige aanloop, zodat de sprong op de Europese top van 19 en 20 maart raak is, en we onze Europese competitiviteit opnieuw over de lat krijgen.
Wouter Beke
Europees Parlementslid
Voorzitter van de Europese Beweging in België