'We hebben ons te lang laten wijsmaken dat we in een achtergestelde provincie wonen' (HBVL, 17 januari 2015)

17-01-2015

 

BRUSSEL - Voor wie eraan twijfelt: de politieke frontvorming in deze provincie bestaat nog altijd. En te gepasten tijde slaat politiek Limburg in Brussel met de vuist op tafel. Niet om nieuwe gunstmaatregelen af te dwingen, wel opdat wordt uitgevoerd wat is afgesproken. Dat zeggen Steven Vandeput (N-VA), Wouter Beke (CD&V), Patrick Dewael (Open Vld) en Peter Vanvelthoven (sp.a). Tijdens een sobere lunch op het kabinet van Defensie lieten de vier Limburgse kopstukken in de Kamer hun licht schijnen over de toekomst van Limburg. Hoewel de uitdagingen in het post-Fordtijdperk enorm zijn, stelden de vier toppolitici zich nogal defensief op, bleven ze erg op de vlakte en onthielden ze zich van gewaagde uitspraken. Dat neemt niet weg dat ze toch veel kansen zien voor Limburg.

Dat Limburgse politici in Brussel over de partijgrenzen heen met één stem spraken en samen met de vuist op tafel sloegen, heeft niet-Limburgse politici vaak verwonderd en geënerveerd. Maar is dat anno 2015 nog altijd zo? Is die Limburgse eenheid er nog? En hebben we nog iemand die de leiding neemt om deze provincie er economisch opnieuw bovenop te krijgen? "Politiek Limburg spreekt nog altijd met één stem", zegt Patrick Dewael. "Dat was bij de mijnsluitingen 25 jaar geleden zo, en dat is vandaag nog zo. Kijk naar het Strategisch Actieplan Limburg in het Kwadraat (SALK) dat de nefaste gevolgen van de sluiting van Ford Genk moet helpen opvangen. Veel meer dan bij de mijnsluitingen zullen we er nu op moeten toezien dat de engagementen die twee jaar geleden in dat SALK zijn opgenomen, ook tot echte resultaten zullen leiden." Steven Vandeput merkt op dat de concurrentie van andere provincies vandaag veel groter is dan 25 jaar geleden. "In deze crisistijden heeft elke regio wel zijn specifieke zorgen en noden. De middelen moeten bijgevolg over meer groepen worden verdeeld."Wouter Beke vult aan: "Vlaanderen kent drie regio's met veel maakindustrie: Limburg, de Antwerpse Kempen en de textielsector in Oost- en West-Vlaanderen. Het komt er als regio dus op aan om in Brussel met één stem te spreken. De 140 projecten in SALK tonen aan dat Limburg dat nog altijd doet, ook al zaten Open Vld op Vlaams en N-VA op provinciaal niveau twee jaar geleden in de oppositie. Dat heeft niet belet dat we samen besluiten hebben genomen waar we vandaag nog allemaal achter staan. En dat zal de volgende jaren nog nodig zijn, want het SALK-verhaal zal nog enkele jaren lopen. We moeten druk blijven zetten opdat er echte resultaten komen."

Beke verwijst ook naar de inkleuring van Limburg als ontwrichte zone waardoor nieuwe bedrijven of bedrijven die uitbreiden een extra loonlastenvermindering krijgen. "En 30 procent van de enveloppe van het Vlaamse spoorinvesteringsprogramma is voor Limburg voorzien. Dat is een eerste stap in de goede richting. Het komt er nu op aan om in het kader van de begrotingsopmaak te bepalen hoe, waar en wanneer die middelen worden ingezet." Patrick Dewael: "Als de economie aantrekt en er opnieuw harde euro's vrijkomen, zal Limburg in Brussel meer dan ooit op zijn strepen moeten staan." De vier toppolitici erkennen dat ze mekaar geregeld informeel spreken over Limburgse dossiers. "Maar we mogen niet de illusie creëren dat de politiek alle problemen kan oplossen", merkt Peter Vanvelthoven op. "Het is hoog tijd dat we in Limburg samen een positief signaal geven, want vandaag staan we nog te veel tegenover mekaar. En dan heb ik het niet over de politiek. Iedereen moet zijn verantwoordelijkheid nemen, ook de sociale partners. Als zij mekaar blijven bekampen, zijn we ver van huis." Wouter Beke vindt dat sociale organisaties meer moeten helpen met het creëren van een draagvlak bij de publieke opinie. "Limburg heeft een veel grotere publieke opinie dan andere provincies. De sociale partners moeten actiever een rol spelen wanneer een groepje particulieren een project van algemeen belang dwarsboomt."

Het provinciaal niveau heeft veel bevoegdheden aan Vlaanderen moeten afstaan. De onzekerheid over haar toekomst leidt tot veel gelatenheid. Komt daarbij dat Limburg geen grootstad heeft, waardoor deze provincie aan slagkracht verliest. Een verplichte fusie van gemeenten, en zeker die van Hasselt-Genk, kan het tij doen keren. Maar is dat wel wenselijk?" Vroeger was de deputatie de magneet die bepaalde actoren rond de tafel bracht. Dat was bij de totstandkoming van SALK ook het geval", zegt Wouter Beke. "Ondertussen hebben we het debat over de nieuwe structuren gehad. Wel, ik ben een beetje bang dat dat debat ons zal blijven verlammen."Steven Vandeput merkt fijntjes op dat het niet de structuren zijn die onze problemen zullen oplossen. "Wat houdt mensen in godsnaam tegen om naar de Vlaamse regering te stappen als ze een link willen vormen? Nog steeds wordt te veel op de oude structuren gefocust."Peter Vanvelthoven beseft dat er bij sommige mensen ontmoediging speelt. "De realiteit is dat het niveau van het provinciebestuur niet meer meespeelt. Daar is de ontmoediging groot. We moeten nu oppassen dat andere belangrijke strcuturen in Limburg niet wegvallen. Ik denk aan de Limburgse investeringsmaatschappij LRM, de acquisitiecel Locate in Limburg, enkele intercommunales en Nuhma, de maatschappij die namens de Limburgse gemeenten via gerichte participaties aan duurzaamheid, energie en innovatie werkt. Wij moeten hen de zekerheid geven dat ze ook in de toekomst voor Limburg het verschil kunnen maken. Dat is voor mij de echte inzet." Patrick Dewael vindt dat de gouverneur nog altijd de katalysator kan en moet zijn. "Vanuit zijn functie kan hij een coördinerende rol spelen."

 Een verplichte fusie, waardoor Limburg nog maar tien gemeenten van ongeveer 80.000 inwoners zou tellen, zien de toppolitici niet zitten. Op Steven Vandeput na zijn de drie Limburgse toppolitici immers allemaal burgemeester: Dewael in Tongeren, Beke in Leopoldsburg en Vanvelthoven in Lommel. "Een verplichte fusie werkt nooit", meent Patrick Dewael. "Kijk naar de grote fusie van 1977. Ruim 35 jaar na datum is die op een aantal plaatsen nog altijd niet verteerd. Trouwens, wie gaat die fusie opleggen en implementeren? Neen, ik geloof veel meer in samenwerking. Kijk naar de nieuwe, grotere brandweerzones. Door die schaalvergroting leren gemeenten en hun politici mekaar beter kennen en kunnen ze hun middelen efficiënter inzetten. Net omdat gemeenten veel zuiniger moeten werken, zoeken ze naar samenwerking. Of het nu gaat over de brandweer, ziekenhuizen, culturele centra of sportinfrastructuur." De vier politici zijn niet afkerig van de 'stad Limburg', waarbij het provinciebestuur een back-office wordt die afspraken maakt met de gemeenten. "Dat houdt wel in dat die 44 gemeenten macht moeten afstaan", merkt Patrick Dewael op. Peter Vanvelthoven treedt de liberaal bij: "We moeten van de provincie een expertisecentrum voor de gemeenten maken."Steven Vandeput gelooft ook niet in een gedwongen fusie. "Als we naar fusies gaan, zullen die van onderuit moeten komen, via samenwerkingsverbanden. Het mag dus geen verplichting zijn, wel een natuurlijk proces." Wouter Beke is een absolute voorstander van samenwerkingsverbanden tussen gemeenten. "Net door de schaalvergroting bewijzen de nieuwe brandweerzones dat je veel efficiënter je middelen kan inzetten. Pas op, je mag daar geen algemene conclusie uit distilleren: het is niet omdat een gemeente groter is dat ze ook efficiënter werkt. Daarom moet het debat over een nieuwe gemeentefusie van onderuit komen. Gemeenten zullen daar pas toe geneigd zijn als daar ook de nodige financiering voor wordt voorzien. Antwerpen krijgt niet voor niets tien keer meer middelen uit het Gemeentefonds dan een doorsnee Limburgse gemeente van goed 30.000 inwoners, hé." Volgens Patrick Dewael zal Limburg er organisatorisch pas op vooruitgaan als er een gedragsverandering komt bij de verschillende overheden. "Overheidsdiensten moeten de attitude hebben van: Waar kan ik u helpen? Vandaag geven ze nog veel te vaak het signaal van: Kom maar eens af, dan zal ik uw dossier eens bekijken. Dat moet anders en vooral klantvriendelijker."

In Limburg is het cultuuraanbod veel beperkter dan in grootsteden als Antwerpen, Brussel, Gent of Luik. Toch kan een breder cultuuraanbod helpen om deze provincie aantrekkelijker te maken en jonge mensen hier te houden. Maar zetten we daar wel genoeg op in? Moeten we niet zoeken naar een ander imago dan dat van de groene, rustige fietsprovincie om ons in het buitenland te verkopen? Naast cultuur is er nog iets als cultuurverschillen: hoe kunnen we de allochtone gemeenschap in Limburg eindelijk laten meewerken aan de ontwikkeling van deze provincie? Steven Vandeput neemt meteen het woord: "Wij, Limburgers, voelen ons in het groene Limburg de underdog van Vlaanderen. We moeten daar dringend mee stoppen. We moeten echt stoppen met ons in het ongeluk te wentelen. Dat komt natuurlijk omdat we ons te lang hebben laten wijsmaken dat we in een achtergestelde provincie wonen. Dat is niet zo. Wij hebben veel in onze mars, maar zijn niet assertief genoeg om dat ook te laten zien. We zijn een echte maakprovincie en hebben toch veel groen. We hebben goed onderwijs en zijn goed bereikbaar. Dat zijn immense troeven, maar we slagen er onvoldoende in om politiek Brussel daarvan te overtuigen. Komt daarbij dat we ons nog te vaak laten overklassen door de Nederlanders, waardoor bedrijven voor dat land kiezen om zich te vestigen. "Wouter Beke knikt instemmend. "Coca Cola verandert haar merk toch ook niet om de tien jaar? Limburg mag dat ook niet doen. We liggen in het centrum van Europa, hebben veel industriegrond en groen. Vanuit die sterktes moeten we vertrekken en verder bouwen.""Ons vele groen en onze perifere ligging in Vlaanderen lijkt op het eerste zicht een handicap", meent Patrick Dewael. "Maar onze ligging nabij steden als Eindhoven, Luik, Aken, Maastricht en Dusseldorf, en de aanwezigheid van het vele groen en industriegronden zijn net onze grootste troeven. Het ontbreekt ons evenwel aan ondernemerschap. Vandaar mijn pleidooi om, in navolging van de topsportscholen, ook meer de geest van het ondernemerschap in onze scholen te implementeren."

Als gewezen Vlaams minister van Cultuur vindt Patrick Dewael wel dat Limburg een flinke scheut cultuur nodig heeft om jonge mensen hier te houden. "En neen, ik heb het dan niet over grote musea of een opera. Ik heb het wel over evenementen, tentoonstellingen en kunsthappenings. Als de tentoonstelling over de Vikingen 120.000 bezoekers naar mijn Tongeren lokt, betekent dit op veel vlakken een meerwaarde. Feit is dat goed onderwijs en een volwaardig cultuuraanbod de brandstof kunnen zijn voor de ontwikkeling van een regio. Samen met een verbeterde mobiliteit kunnen deze troeven de toekomst van Limburg verzekeren."Wouter Beke spreekt tegen dat jonge mensen steeds vaker wegtrekken uit Limburg. "Ik zie een dubbele beweging", zegt hij. "Het klopt dat veel jongeren na hun studies in Leuven, Brussel of Antwerpen blijven hangen. Maar eens ze 35 of 40 jaar zijn, keren ze terug naar Limburg, omdat het hier goed leven is en de combinatie werk-gezin beter werkt. Ik merk die omgekeerde beweging in mijn eigen gemeente Leopoldsburg."Peter Vanvelthoven merkt op dat afstand een relatief begrip is. "De Amerikaanse onderhandelaar van Tesla zei me dat hij graag naar de opera gaat. Wel, in Brussel, op amper een uurtje rijden van Lommel, is er eentje, zei hij met een brede glimlach."

Het Limburgse integratiemodel zien de vier heren als een troef. "Een voorbeeld waar heel Vlaanderen ons om lauwert. Het Limburgse model wordt overal gekopieerd", zegt Patrick Dewael. Dat vindt ook Wouter Beke. "Maar dat mag ons niet beletten om meer werk te maken van beter onderwijs voor onze allochtonen. Want het is daar dat het begint. En dat onderwijs moet mee evolueren met onze samenleving. Ik merk dat bij mijn eigen kinderen. Een derde van de klasgenoten van mijn zoon - het eerste leerjaar - heeft een allochtone achtergrond. Bij mijn dochter die twee jaar jonger is, is dat al de helft en bij mijn jongste dochter van drie jaar meer dan de helft. Kortom, de uitdagingen in ons onderwijs zijn enorm." Peter Vanvelthoven knikt: "Mijn zoon heeft vier goede vrienden. Onder hen een Thai en een Turk, en die spreken perfect Nederlands. Ik denk dan ook dat het taalprobleem op termijn zal wegvallen. Een mentaliteitswijziging bij werkgevers lijkt me dé uitdaging op dit vlak." Met de recente sluiting van Ford Genk vielen eind vorig jaar in Limburg van de ene dag op de andere 8.000 jobs weg. Sommigen pleiten ervoor om forser in te zetten op de acquisitiecel Locate in Limburg zodat meer buitenlandse investeerders zich hier komen vestigen. Heeft Limburg misschien nood aan een eigen sociaal akkoord om bedrijven aan te trekken? We vroegen de vier toppolitici elk naar drie concrete acties om Limburg er economisch opnieuw bovenop te helpen."Ik ga u misschien ontgoochelen, maar ik vind dat er geen nieuwe acties nodig zijn", zegt Wouter Beke. "We hebben SALK met zijn 140 projecten. Limburg is erkend als ontwrichte zone waardoor investeerders een extra loonlastenverlaging krijgen als ze naar hier komen of hier uitbreiden. Het komt er nu op aan alle genomen maatregelen snel en accuraat uit te voeren. Dat is wat echt telt: wat we hebben beslist, moeten we uitvoeren. En we moeten onze kleine ondernemingen meer zekerheid bieden. Alleen zo kan Limburg de 'gazellesprong' maken en op economisch vlak echt groeien." Peter Vanvelthoven beaamt wat collega Beke zegt. "Vooreerst moeten onze mobiliteitsproblemen eindelijk worden opgelost. Ik denk aan de Noord-Zuid en de IJzeren Rijn."Wouter Beke komt tussen: "Dat is wat ik net zei: stick to your plan. Blijf bij je plan en voer dat uit. Maar ga vooral verder, Peter..."Peter Vanvelthoven: "Tweede aandachtspunt vind ik de groene economie. Daar zit toekomst in. Ik voel dat in Lommel, waar heel wat bedrijven hiermee bezig zijn. Punt drie is minstens zo belangrijk: bij heel wat jonge ondernemers voel ik dat ze veel goesting hebben om te doen waar ze goed in zijn. Dat maakt dat ze geen tijd hebben voor de hele administratie of voor een zoektocht naar mogelijke subsidies. Wij moeten hen een partner geven die dat voor hen doet. En ja, de werkgeversorganisaties doen dat al voor een stuk. Maar dit kan nog beter. Vandaar een oproep aan alle betrokkenen om dit op provinciaal niveau uit te bouwen."

Patrick Dewael heeft ook drie actiepunten. "Dé topprioriteit is de erkenning van Limburg als ontwrichte zone. Dat moet investeerders naar hier halen. Twee: wat in SALK staat, moet ook effectief worden uitgevoerd. Maar daar is geld voor nodig. Als tijdens de rit blijkt dat de reguliere middelen niet volstaan, moet naar een oplossing worden gezocht." Dewael wijst nadrukkelijk naar het FFEU, het Financieringsfonds voor schuldafbouw en eenmalige investeringsuitgaven dat in 2000 in het leven werd geroepen en gespijsd wordt met niet uitgegeven jaaroverschotten." Als we alle SALK-engagementen willen hard maken, zullen we een stukje FFEU-middelen moeten reserveren", meent Dewael. "Als derde punt wil ik het acquisitiebeleid aanstippen. Locate in Limburg en de Vlaamse overheidsorganisatie voor buitenlandse handel en investeringen Flanders Investment & Trade (FIT) zouden moeten samenwerken, zoals de deputatie en de Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij GOM dat in de jaren negentig met veel succes deden. In mijn eigen Tongeren raakte het industrieterrein Tongeren-Oost in een mum van tijd volgebouwd. Dat moet ook vandaag nog mogelijk zijn. Voorwaarde is wel dat we een meer klantvriendenlijke overheid krijgen die die buitenlandse investeerders via één loket bijstaat en aan de nodige vergunningen helpt."Steven Vandeput wil vooral dat wordt uitgevoerd wat al is beslist. "Ten tweede moeten de echte problemen van Limburg eindelijk worden aangepakt. Het is beschamend om te lezen dat het eerste Limburgplan uit 2006 en SALK dezelfde conclusies maken: onze mobiliteit of de opleiding van onze jongeren blijven grote problemen. Vandaar dat het hoog tijd wordt dat we doen wat is beslist en deze problemen eindelijk oplossen."Sociale vredeDe vier politici zijn geen voorstander van een apart sociaal akkoord in Limburg. "Enkele jaren geleden, toen Tesla zich in Lommel wilde vestigen, koos dat bedrijf toch voor Tilburg", zegt Peter Vanvelthoven. "De Nederlanders hadden Tesla ingefluisterd dat in ons land om de haverklap werd gestaakt, terwijl dat niet het geval was en is. Vandaar mijn oproep aan Locate in Limburg en de LRM: focus nog meer en specifieker op het aantrekken van buitenlandse investeerders."Patrick Dewael vindt dan weer dat de VDAB veel meer rekening moet houden met de specifieke Limburgse situatie. "Meer individueel maatwerk en veel minder met de Brussel-minded-aanpak", meent hij. Wouter Beke beaamt: "Om beter resultaten te halen heb je geen extra structuren nodig, wel goede mensen."Peter Vanvelthoven: "50-plussers willen graag werken. Maar wat geeft de VDAB hen? Een cursus solliciteren. Zo werkt dat niet, hé. Neen, de VDAB moet veel beter inspelen op de match tussen werkzoekenden en openstaande vacatures."3Een goede ontsluiting. Het is al decennia een van de grootste problemen waar deze provincie mee worstelt. Anno 2015 heeft Limburg nog altijd te weinig goede treinverbindingen. De IJzeren Rijn blijft een belofte, de Noord-Zuid is nog altijd niet voltooid, en de E313 en E314 slibben langzaam maar zeker dicht. De sneltram Hasselt-Maastricht komt in het gedrang en de tramlijnen naar Maasmechelen en Noord-Limburg lijken meer droom dan werkelijkheid. Allemaal probleemdossiers die onze economische ontwikkeling in de weg staan."De E313 en E314 krijgen dubbel zoveel verkeer te verwerken als de E40 in Tienen. Dat lijkt me een reden om die autowegen van een extra rijvak te voorzien", vindt Wouter Beke.De CD&V-voorzitter heeft deze woorden nog niet uitgesproken of de drie collega's kaarten het gevoelige politieke dossier van de sneltramlijn Spartacus 1 Hasselt-Maastricht aan."De uitvoering van lijn 1 staat nu zover dat het onverstandig zou zijn dit project stop te zetten", meent Peter Vanvelthoven. "Ik maak me vooral zorgen over de twee andere lijnen. Lijn 2 naar Maasmechelen wordt verder onderzocht, voor lijn 3 gaat men aan de NMBS vragen om op dat traject een spoorlijn aan te leggen. Als de NMBS dat niet wil, is dit rampzalig voor Limburg."Patrick Dewael herhaalt zijn mantra: "Voer uit wat beslist is", zegt hij resoluut. "Het Spartacus-project is door politiek Limburg onderschreven. Ik wil hier geen discussie over een brug of tunnel zoals in Antwerpen. Daar hebben we gezien welke nefaste gevolgen dat kan hebben."Wouter Beke knikt: "Er zijn afspraken gemaakt, ook met Nederland, en die moeten worden uitgevoerd. Punt uit."

De N-VA is altijd een koele minnaar geweest van het Spartacusproject. Steven Vandeput geeft dat grif toe. "Maar ik zeg u: er zijn afspraken gemaakt en die moeten we nu uitvoeren. Spartacus mag er ons evenwel niet van weerhouden om ook in andere dossiers vooruitgang te boeken."Vandeput wijst naar het investeringsplan 2014-2025 waarin amper één procent van alle middelen voor Limburg is voorzien. "En dat terwijl kosten-baten-analyses uitwijzen dat een treinverbinding met Noord-Limburg veel beter is dan een tramverbinding", zegt Vandeput. "Om die reden zal ik als federaal minister ook druk blijven zetten op dit dossier. Ik ben minister geworden en vanuit die functie wil ik verbeteren wat ik de voorgaande jaren als Limburgs Kamerlid heb aangeklaagd, ook al is 30 procent van de enveloppe van het Vlaams spoorprogramma nu aan Limburg toegewezen."Beke, Vanvelthoven, Dewael en Vandeput zijn het roerend met mekaar eens dat Limburg vooral nood heeft aan goede en stipte treinverbindingen, binnen de provincie en naar Brussel en Antwerpen. "Dat is zoveel belangrijker dan prestigeprojecten zoals peperdure stations", voegt Steven Vandeput er nog aan toe, verwijzend naar de dure stations in Luik en Bergen. Over de Noord-Zuid zijn de vier heren het roerend eens. De discussie van ruim 30 jaar moet eindelijk beslecht worden en een vlotte verbinding van Houthalen met Noord-Limburg moet nu snel voltooid worden.