Vanaf vandaag 1 juli treden de kwaliteitsmaatregelen in werking die werden afgesproken in het Vlaams Intersectoraal akkoord (VIA6) van 30 maart 2021. In VIA 6 hebben de Vlaamse Regering en de sociale partners afgesproken om via een recurrente investering van 146 miljoen euro maximaal in te zetten op bijkomende tewerkstelling, zodat de kwaliteit van zorg in de Vlaamse woonzorgcentra te allen tijde gegarandeerd is. Vlaams minister van Welzijn en Volksgezondheid Wouter Beke reageert zeer tevreden: ‘We hebben tijdens de coronacrisis vaak gesproken over de broodnodige herwaardering van de zorg. Dit is niets minder dan de concrete uitvoering ervan in Vlaanderen.’

Historiek

Sinds de jaren ‘90  bestaat er een verschil in financiering van de personeelsinzet voor zwaar zorgbehoevende bewoners in de woonzorgcentra. Dit betekent dat er voor bewoners in een Rust- en verzorgingstehuis (RVT) een hogere personeelsomkadering werd voorzien dan in een Rustoord voor Bejaarden (ROB). De federale regering, tot 30 juni 2014 bevoegd voor de financiering van de ouderenzorg, heeft deze discriminatie nooit volledig kunnen wegwerken.

Sinds de zesde staatshervorming en de bijhorende (onvolledige) budgetsoverdracht kreeg 20% van de bewoners met zware zorgnood niet het personeel waar ze recht op hadden, maar met VIA 6 wordt de financiering van de personeelsinzet voor bewoners met een zwaar zorgprofiel  gelijkgeschakeld vanaf 1 juli 2021.

VIA 6 

Met de structureel beschikbare 146 miljoen euro worden de gefinancierde personeelsnormen opgetrokken, wordt de ongelijkheid in financiering van bewoners met eenzelfde zorgprofiel opgeheven en wordt een flexibelere inzet van meer zorgpersoneel met verschillende kwalificaties mogelijk gemaakt.

Concrete uitvoering

Zo wordt er vanaf dit jaar een jaarlijks recurrent budget van 102 miljoen ingezet om de financieringsnormen voor alle bewoners met een zwaar zorgprofiel (in het jargon een ‘B, C, of Cd-zorgprofiel’) in zowel woonzorgcentra als centra voor kortverblijf op te trekken tot op het niveau van woongelegenheden met een bijkomende erkenning (in het jargon RVT- erkenning). Het gaat over meer dan 11.300 bewoners met een zwaar zorgprofiel waarvoor de personeelsinzet drastisch stijgt.

‘Op die manier wordt de ongelijkheid in financiering van bewoners met een zwaar zorgprofiel opgeheven en wordt er bijkomende tewerkstelling gecreëerd om de gestegen zorgzwaarte en hoge werkdruk in de ouderenzorg op te vangen,’ aldus minister Beke, die benadrukt dat het type beheersstatuut van het woonzorgcentrum (OCMW, vzw of commercieel) van geen tel is, maar wel de betaalbaarheid en de kwaliteit van zorg.

Daarnaast werd een budget van 44 miljoen euro vrijgemaakt voor kwaliteitsmaatregelen in de vorm van extra personeel. Deze middelen worden ingezet om de zorg van personen met dementie te versterken en om te voorzien in een hogere financiering voor meer “bovennorm personeel”. Gezien de krappe arbeidsmarkt worden er tevens flexibiliteitsmaatregelen voorzien, zo kunnen er meer personeelsleden met verschillende zorg- en welzijnsdiploma’s worden aangeworven. Dit in het belang van de zorg op maat en het woon- en leefklimaat van iedere bewoner.

Concreet geldt vanaf 1 juli 2021 dat

  • er een gelijke financiering is voor bewoners met eenzelfde zorgprofiel;
  • er een hogere gefinancierde personeelsnorm van toepassing is voor bewoners met een B,C,Cd-zorgprofiel in woongelegenheden woonzorgcentrum zonder bijkomende erkenning en woongelegenheden centrum voor kortverblijf; Dit heeft tot gevolg dat de commerciële voorzieningen meer zullen moeten aanwerven;
  • de gefinancierde personeelsnorm voor bewoners met dementie verhoogd wordt;
  • het deel A2 (bovennorm personeel) van de basistegemoetkoming voor zorg opgetrokken wordt tot maximaal 15%.
  • de gefinancierde personeelsnorm voor kine/ergo/logo en reactivering worden samengevoegd tot één gefinancierd personeelsnorm voor reactivering;
  • de lijst wordt uitgebreid die de kwalificaties bepaalt die in aanmerking komen als reactiveringspersoneel.

Het staat dus als een paal boven water dat er fors meer tewerkstelling zal volgen in de ouderenzorg. Zo zullen er in de private sector 1.584 VTE’s worden aangetrokken, terwijl er in de publieke sector 680 VTE’s moeten worden aangeworven. Dit is geen evidente opdracht. In VIA6 hebben de Vlaamse Regering en de sociale partners dan ook heel wat maatregelen genomen om al die vacatures te kunnen invullen. Het zorgpersoneel zal de kans krijgen om op adem te komen, terwijl de kwaliteit van zorg voor de bewoners gegarandeerd blijft.

Inzake koopkracht wordt de uitrol van een gemeenschappelijke functieclassificatie en loonhuis (IF.IC) voorzien op 1 april, retroactief toegepast op 1 juli, en dit voor om en bij de 105.000 werknemers in de private zorg- en welzijnssector. Ook dat is een mijlpaal in de herwaardering van de ouderenzorg.

Vlaams minister Wouter Beke: ‘Een onderzoek van Randstad geeft aan dat zorg en welzijn de op twee na aantrekkelijkste sector is in Vlaanderen om in te werken. De zorg is vooral aantrekkelijk omwille van zijn werkzekerheid, maatschappelijk verantwoord ondernemen, reputatie, werksfeer en toekomstmogelijkheden. Die aantrekkelijkheid moeten we kunnen omzetten naar een hogere tewerkstelling. De realisatie van VIA 6 plaats ik persoonlijk op dezelfde hoogte als onze succesvolle vaccinatiecampagne. Na de woorden volgen de daden, en dat is niet meer dan terecht.