Vlaanderen neemt via Actieplan (Zij-)Instroom bijkomende maatregelen om instroom in de zorgsector te vergroten

De krapte op de arbeidsmarkt in Vlaanderen is ontzettend nijpend, ook in de zorg- en welzijnssectoren. Het Vlaams Intersectoraal Akkoord (VIA 6) beklemtoonde een sterk engagement om de vele openstaande vacatures in deze sectoren in te vullen. De eerste belofte, zijnde een structurele herwaardering van het zorgberoep, werd gehouden via significante loonsverhogingen. Daarnaast willen ministers Beke en Crevits maar ook Inge Vervotte, die alle werkzaamheden voor dit Actieplan (Zij-)Instroom heeft gecoördineerd, via diverse initiatieven meer mensen toeleiden naar zorg en welzijn. Er wordt zo maar liefst 30 miljoen euro uitgetrokken voor bijkomende maatregelen.

Op Tsjechië na zijn er nergens in Europa meer openstaande vacatures op de arbeidsmarkt dan in Vlaanderen. Deze krapte heeft niet alleen het gevolg dat bedrijven niet kunnen groeien en de overheden inkomsten rateren, maar het heeft ook een sterke invloed op de kwaliteit van onze zorg.

Elke zorgvrager verdient nu en in de toekomst kwalitatieve zorg. Zorg wordt verleend door medewerkers met een hoofd, hart, ziel en handen. We moeten dus op zoek naar geschikte personen met de juiste attitude en competenties, zodat ook de kwaliteit van de zorg voor de patiënt, cliënt,… op korte termijn gegarandeerd kan blijven. Meer en gekwalificeerd zorgpersoneel is dan ook absoluut noodzakelijk. De uiteindelijke doelstelling is het verhogen van het aanbod van arbeid via een hogere instroom, doorstroom, zij-instroom uit bijvoorbeeld andere sectoren naar de zorgsector en meer mensen die een zorg- en welzijnsgerichte opleiding volgen.

Ministers Beke en Crevits hebben samen met de sociale partners een Actieplan (zij-)instroom uitgewerkt. Aan de hand van enkele concrete voorbeelden geven ze aan welke maatregelen er genomen zullen worden.

Voorbeeld 1: een vrouw heeft jarenlang als mantelzorger voor haar ouders gezorgd. Ze ontwikkelde op die manier een grote affiniteit met de zorgsector. Ze heeft echter geen geschikte kwalificatie om als zorgkundige in een woonzorgcentrum of als kindbegeleider in de kinderopvang te werken. Dat maakt dat de drempel die ze ervaart om in zorg of welzijn aan de slag te gaan, voor haar te hoog is.

Vlaanderen zal de zorg- en welzijnsorganisaties de mogelijkheid bieden om niet gekwalificeerde of niet voldoende gekwalificeerde mensen aan te werven met een contract van onbepaalde duur, op  voorwaarde dat er onmiddellijk een opleiding wordt opgestart. Dit dient structureel mee verankerd te worden in de basisfinanciering. De voorwaarde om haar via deze weg in het woonzorgcentrum, kinderopvanginitiatief, thuiszorgorganisatie, welzijnsorganisatie,… tewerk te stellen, is dat zij opgenomen wordt in een kwalificerend opleidingstraject naar een knelpuntberoep in de sector. De vrouw in kwestie ontvangt hiervoor een volwaardig loon en krijgt de kans om een kwalificatie of diploma in een knelpuntberoep te halen.

We ondersteunen de zorgorganisatie voor haar begeleiding en coaching op de werkvloer. We zorgen er voor dat haar ervaring  gehonoreerd wordt (de ‘Elders Verworven Competenties’ en ‘elders verworven kwalificaties’), zodat verkorte, modulaire opleidingstrajecten mogelijk zijn. De stages en de tijd die zij niet in een opleidingstraject zit, is zij op de werkvloer van de werkgever. Die opleiding wordt onder andere gegeven door mentoren, die op de werkvloer meedraaien en tegelijkertijd de vrouw in kwestie coachen in de uitoefening van haar functie. Dit systeem wordt al toegepast in de kinderopvang en werkt goed. Het diploma wordt uitgereikt door een erkende opleidingsorganisatie.

Voorbeeld 2: een vrouw met een migratieachtergrond en een buitenlands diploma als verpleegkunde werkt vandaag al enkele uren als vrijwilliger in een woonzorgcentrum. Ze wil er graag als verpleegkundige aan de slag.. Nu moet ze de erkenning van haar diploma en de bijhorende administratie zelf regelen, en dat kost ook geld.

We zorgen ervoor dat eerder en elders verworven (deel)kwalificaties (vb. diploma) en competenties opgedaan tijdens de uren vrijwilligerswerk maximaal gehonoreerd worden.

We houden de administratieve procedures voor het gelijkstellen van buitenlandse diploma’s tegen het licht en zorgen ervoor dat deze zo kort en goedkoop mogelijk worden, zodat administratieve procedures geen drempel voor tewerkstelling in de zorg- en welzijnssectoren zijn. Indien een diploma niet volledig gelijkgeschakeld kan worden, zorgen we ervoor dat via een transparant, gemeenschappelijke vrijstellingenbeleid duidelijk is welke korte, modulaire opleiding nodig is om toch het noodzakelijke diploma te behalen. We valoriseren alvast de behaalde deelcompetenties en zetten in op verkorte opleidingstrajecten. Indien nodig flankeren we deze opleidingstrajecten met taalcoaching of andere vormen van coaching op de werkvloer. We begeleiden de dame in kwestie doorheen deze procedure.

Voorbeeld3: een man werkt als ICT’er in een bankfiliaal en wil een tweede carrière uitbouwen in de zorg- of welzijnssector, maar heeft weinig affiniteit met de sector

In het verleden ontstonden diverse opleidingsinitiatieven. Wanneer men alle initiatieven in kaart bracht, zagen we dat het voor potentiële instromers niet altijd duidelijk was wat voor hen het meest passende traject was. Vlaanderen zal daarom werk maken van één intakeplatform. Ook het ruime aanbod aan opleidingsmogelijkheden via VDAB en partners zal mee zichtbaar zijn op het platform.

We kunnen hem toeleiden naar een inleefmoment bij verschillende zorgorganisaties om kennis te maken met de sector. Daarnaast kunnen we hem via het intakeplatform dat wordt uitgebouwd eenvoudig toeleiden naar het juiste traject en project, om betaald een opleiding te volgen richting de zorg- en welzijnssector. Vandaag moet de persoon in kwestie bij elk project afzonderlijk aankloppen om zelf te onderzoeken welk project voor hem geschikt is. Voor deze persoon is bijvoorbeeld het project ‘Kies voor de zorg’ de uitgelezen mogelijkheid om zich betaald om te scholen tot verpleegkundige. We bouwen ook gelijkaardige trajecten uit voor bijvoorbeeld kinderbegeleider in de kinderopvang en versterken de bestaande opleidingstrajecten.

Voorbeeld 4: een leerling in het secundair onderwijs is op zoek naar een studierichting waarin het maatschappelijk engagement doorweegt, maar waarin hij ook terecht kan met zijn innovatieve, technologische skills en wetenschappelijke reflectie.

Om hem te stimuleren om effectief actief te worden in een job in de zorg, zullen we de nodige sensibiliseringsacties opzetten met als doel een positieve beeldvorming te genereren van de Vlaamse Zorg- en Welzijnssectoren. #IedereenZorgambassadeur is wat ons betreft een goede aanzet. We voeren een brede communicatiecampagne die de competenties die nodig zijn om te  werken in de zorg- en welzijnssector op de voorgrond brengt, maar ook de grote diversiteit aan beroepen en mogelijkheden in de sector (verpleegkundige, kinderbegeleider, opvoeder, zorgtechnoloog,…) aantoont. We richten ons hierbij onder andere expliciet naar leerlingen in het secundair onderwijs, zodat deze een positieve keuze maken richting de zorg- en welzijnsgerichte opleidingen. We richten ons in deze communicatie niet alleen tot scholieren, maar ook tot hun leerkrachten en ouders.

Voorbeeld 5: een werkgever in de zorg- en welzijnssector wil inzetten op het optimaliseren van zijn arbeidsorganisatie, zodat hij als aantrekkelijke werkgever meer vacatures ingevuld krijgt.

De overheden moeten een beleid voeren dat een innovatieve arbeidsorganisatie, waarbij de werkgever de jobs en taken maximaal afstemt op de mogelijkheden, ambities en competenties van het aanwezige personeel, makkelijker maakt. Hiervoor bestaan verschillende methodieken: het herdenken van de verdeling van de taken onder personeel met verschillende kwalificatieniveaus, het ontrafelen van jobs in verschillende deeltaken (jobcarving) of de aanpassing van deze taken aan de mogelijkheden en competenties van de medewerkers (jobcrafting). Ook inzetten op intersectorale samenwerking, blended care, digitalisering kunnen hierbij ondersteunen. We zetten ook in op multi-inzetbaarheid over sectoren, waarbij hindernissen worden weggewerkt. We faciliteren de uitwisseling van good practices, werken de drempels op vlak van blended care weg en bekijken op welke manier we zorg- en welzijnsorganisaties projectmatig kunnen ondersteunen.

Inge Vervotte, voorzitster van de werkgroepen die de coördinatie van dit Actieplan in goede banen heeft geleid: ‘Onlangs las ik dat ‘Opleiden het nieuwe recruteren was’. Daar kan ik me met deze voorstellen helemaal in vinden. Iedereen die interesse heeft voor een job in de zorg, kan zich kandidaat stellen, ongeacht zijn of haar achtergrond. We hebben iedereen nodig, en zullen inzetten op aangepaste en betaalde opleiden om mensen op te leiden naar zorg die kwaliteitsvol is voor de verzorgende.’

Vlaams minister van Werk en Economie Hilde Crevits: ‘Dit actieplan, dat samen met de sociale partners is opgesteld, is meer dan ooit nodig. Onze Vlaamse arbeidsmarkt staat in brand en dat is in de zorg- en welzijnssector enorm zichtbaar én voelbaar. De grote vervangingsvraag omwille van de oudere medewerkers (pensioneringen) en de grote vraag naar extra personeel om de kwalitatieve zorg die we nog meer zullen nodigen hebben, stelt ons voor een enorme uitdaging. Tegelijk zijn heel wat jobs in de zorgsector knelpuntberoepen. Met dit actieplan zetten we alvast belangrijke stappen om de zorgsector te versterken door extra mensen aan te trekken, warm te maken voor de vele mooie jobs in de sector.’

Vlaams minister van Welzijn en Volksgezondheid Wouter Beke: ‘De vele openstaande vacatures in de Vlaamse zorg- en welzijnssectoren is wat mij betreft één van de grootste uitdagingen in mijn beleidsdomein. Vlaanderen trekt ontzettend veel middelen uit om personeelsnormen voor zwaar zorgbehoevenden te financieren en dat is een goede zaak, maar we moeten ze natuurlijk vinden. Het optrekken van de loon- en arbeidsvoorwaarden in het sociaal akkoord was een mooie stap, maar nu moeten we verder gaan in het aantrekken én behouden van personeel. Wat mij betreft, zijn drie zaken nodig: mensen warm maken voor een job in de zorg, drempels verlagen om eraan te beginnen en de combinatie van werken, leren en gezin moet haalbaar zijn.

Naast dit actieplan neemt minister Beke binnen zijn bevoegdheden alvast enkele maatregelen om de personeelstekorten in de woonzorgcentra terug te dringen:

  • Woonzorgcentra die er niet in slagen om hun vacatures voor zorgpersoneel in te vullen en de personeelsnorm tevergeefs niet volledig invullen, zullen niet nog eens bijkomend gesanctioneerd worden. Naar aanleiding van de eerste drie coronagolven werd het sanctiemechanisme reeds uitgeschakeld. We verlengen deze maatregel tot 30 juni 2022. Het sanctiemechanisme zelf zal ook geëvalueerd worden.
  • Vandaag kunnen woonzorgcentra tot 15% personeel (A2) bijkomend aanwerven bovenop de vaste personeelsnorm. Die 15% kan tot nu toe enkel ingevuld worden met verpleegkundigen, zorgkundigen en personeel voor reactivering. Gezien deze kwalificaties zeer moeilijk te vinden zijn, zullen we het deel A2 retroactief openstellen voor logistieke medewerkers en dit alvast tot 30 juni 2023. Logistieke medewerkers kunnen het zorgpersoneel ontlasten van meer huishoudelijke en ondersteunende taken, zodoende kan het zorgpersoneel zich focussen op de zorg. De loonvoorwaarden van de logistieke medewerkers worden vastgelegd door de sociale partners.
  • De woonzorgcentra zullen ook in geval van een acuut tekort beroep mogen doen op zelfstandige verpleegkundigen of verpleegkundigen in loondienst bij een andere organisatie.