De Vlaamse Regering heeft beslist om een strategische voorraad persoonlijke beschermingsmateralen aan te leggen voor de komende jaren. De kostprijs van de deze voorraad voor de eerstkomende 10 jaar wordt geraamd op 15 miljoen euro. Deze voorraad chirurgische mondmaskers, FFP2-maskers, handschoenen en schorten moet volstaan om in geval van een wereldwijde pandemie minstens drie maanden te overbruggen. Naast deze strategische voorraad zijn de Vlaamse zorg- en welzijnsvoorzieningen verplicht om een noodvoorraad aan te houden van drie maanden, waarvoor zij nu ook een extra vergoeding ontvangen. 

Bevoegde ministers Jan Jambon en Wouter Beke: ‘Op deze manier geven we niet alleen gevolg aan de aanbevelingen van de coronacommissie, maar kunnen we ook 6 maanden lang gebruik maken van deze voorraden indien de wereldmarkten opnieuw zwaar verstoord zouden raken.’

Toen de coronapandemie uitbrak, bleek de strategische stock mondmaskers die de federale regering had aangelegd te zijn vernietigd. Vlaanderen heeft toen beslist om zelf mondmaskers en ander beschermingsmateriaal aan te kopen en vervolgens een systeem van ‘push-leveringen’ uit te dokteren. Dit betekent dat mondmaskers en alcoholgel automatisch en periodiek geleverd worden aan de Vlaamse zorgvoorzieningen. Ander beschermingsmateriaal kon in geval van uitbraken in residentiële zorgvoorzieningen aangevraagd worden via het Agentschap Zorg en Gezondheid. Dit systeem heeft tot op heden tot ieders tevredenheid gewerkt. Naast deze pushleveringen wordt er centraal een noodstock aangehouden die moet toelaten om een periode van minstens drie maanden te overbruggen.

Sinds de start van de coronapandemie werd door Vlaanderen voor bijna 42 miljoen euro aan persoonlijk beschermingsmateriaal aangekocht. Het gros van deze aankopen (30,1 miljoen euro) werden daarbij besteed aan mondmaskers.

Omdat de internationale markten voor beschermingsmateriaal intussen weer voldoende stabiel zijn, zullen de voorzieningen – net als vroeger – terug zelf instaan voor de aankoop van beschermingsmateriaal. De regeling van de push-leveringen wordt nu dus verlaten. De noodstock blijft bestaan en door een periodieke hernieuwing in functie van de vervaldata van de producten zal ook verzekerd worden dat die ook effectief bruikbaar blijft.

Concreet: 

  • Chirurgische mondmaskers, FFP2-maskers, handschoenen en schorten worden in deze strategische voorraad opgenomen. Omdat er voldoende binnenlandse productie bestaat voor wat betreft handalcoholgel, is op dit vlak geen noodstock nodig;
  • De strategische voorraad moet volstaan voor een gebruik van minstens drie maanden;
  • Er wordt expliciet voor gekozen om alle producten fysiek in voorraad te houden. Zo vermijdt de Vlaamse Regering een te grote afhankelijkheid van externe leveranciers die het voorbije anderhalf jaar hun contractuele verplichtingen niet altijd konden nakomen;
  • Deze strategische voorraad zal periodiek vernieuwd worden, rekening houdend met de vervaldata van de producten.

Vlaams minister-president Jan Jambon, bevoegd voor het Facilitair bedrijf dat verantwoordelijk is voor de aankopen van de Vlaamse overheid: ‘Vlaanderen neemt zijn verantwoordelijkheid door de nodige voorraden strategische beschermingsmaterialen aan te leggen en de bruikbaarheid ervan permanent te monitoren. We spelen daarbij op zeker en leveren daarvoor de nodige budgettaire inspanningen, opdat we de werknemers in onze Vlaamse zorg- en welzijnsinstellingen kunnen voorzien van het noodzakelijke materiaal in tijden van crisis.’

Compensaties van bepaalde kosten omwille van covid

De Vlaamse Regering voorziet via minister van Welzijn en Volksgezondheid Wouter Beke voor meer dan 15 miljoen euro aan compensaties voor uitgaven die zowel residentiële als niet-residentiële instellingen in WVG hebben moeten doen omwille van de pandemie.

Voor de residentiële instellingen betreft het een forfaitaire vergoeding voor de kosten gemaakt voor het aanleggen van een strategische stock aan beschermingsmateriaal voor het overbruggen van een periode van minstens drie maand. In totaal voorziet de Vlaamse Regering hiervoor 10 miljoen euro aan compensaties voor onder andere woonzorgcentra, voorzieningen voor personen met een handicap en revalidatieziekenhuizen.

Voor de niet-residentiële instellingen betreft het in de eerste plaats bijkomende werkingskosten en aankopen om de zorg te kunnen verder zetten onder veilige omstandigheden. In totaal trekt minister Beke hiervoor een bedrag van 5 miljoen euro uit voor onder andere centra voor geestelijke gezondheidszorg of diensten voor gezinszorg. Het gaat dan bijvoorbeeld over aanpassingen aan de infrastructuur van de zorginstelling.

Minister Wouter Beke: ‘Onze Vlaamse zorg- en welzijnsinstellingen hebben tijdens de coronacrisis het beste van zichzelf gegeven in uiterst moeilijke en onuitgegeven omstandigheden. Deze uitgaven zijn dan ook noodzakelijk geweest om de dagelijkse werking verder te zijn. Heel wat ouders van kleine kinderen hebben kunnen telewerken omdat de crèches open blijven. Het is dan ook evident dat we deze organisaties compenseren voor de gemaakte kosten.’