Deze zomer heeft het expertenpanel inzake interlandelijke adoptie haar conclusies neergelegd in een eindrapport. Het eindrapport omvat, naast een korte omschrijving van de aanleiding, opdracht en werkwijze van het expertenpanel, vooral aanbevelingen die de Vlaamse Regering moet helpen om een nieuw kader uit te werken voor interlandelijke adoptie. Minister van Gezin Wouter Beke wil alle experten die aan dit rapport hebben meegewerkt veelvuldig bedanken en ziet nog een toekomst voor interlandelijke adoptie, maar onderschrijft wel de paradigmashift van actieve naar passieve interlandelijke adoptie die het panel naar voor schuift.

Veronique Van Asch, voorzitster van het expertenpanel: ‘In de jaren 60 en 70 werd interlandelijke adoptie gezien als een maatregel die zowel een kinderloos koppel als een ouderloos kind ten goede kwam. Het mooie motto “ in het belang van het kind” dat vitale levensbehoeften als gezondheid, onderwijs en ontwikkelingskansen predikte, bleek vaak een valse dekmantel. Het zijn vaak volwassen geadopteerden die dit positieve beeld als eersten betwisten. Adoptieouders bleken vaak onvoldoende te zijn voorbereid en de belangen van eerste ouders werden miskend. We kunnen en mogen deze schrijnende signalen niet negeren en een kritische reflectie in het politieke en publieke debat dringt zich op. We hebben geprobeerd om met dit rapport een eerste aanzet te geven tot een hertekening van het landschap van interlandelijke adoptie.’

Vlaams minister Beke: Het expertenpanel heeft uitstekend werk geleverd en verdient daarvoor veel dank en respect. Deze aanbevelingen zullen een belangrijke leidraad zijn voor de hervorming van het adoptierecht. Om deze aanbevelingen te vertalen naar concrete wetteksten, zullen we in overleg treden met de regering, het Vlaams Parlement en de verschillende stakeholders van het adoptielandschap. Het is wel zo dat het volgende credo voorop zal staan in het adoptielandschap: we zoeken een thuis voor een kind, en geen kind voor een thuis. Indien blijkt dat het kind mits een aangepast traject en de nodige begeleiding bij de eerste ouders kan blijven, moet deze optie altijd de voorkeur genieten. We willen daarom inzetten op duurzame partnerschappen met de herkomstlanden, waarvan we ook verwachten dat ze een degelijk lokaal zorgsysteem voor kinderen uitbouwen.’

Basisprincipes

De aanbevelingen in het rapport vertrekken van de volgende drie basisprincipes:

  • Het belang van het kind als voornaamste overweging bij interlandelijke adoptie: het rapport haalt terecht aan dat dit al is opgenomen in het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind van 20 november 1989. Het rapport koppelt het vooropstellen van het belang van het kind als voornaamste overweging aan een terughoudende benadering ten opzichte van interlandelijke adoptie en duidt het belang van elementen als een vertrouwde gezins- en ruimere omgeving, culturele en religieuze identiteit.
  • Het subsidiariteitsprincipe: interlandelijke adoptie is slechts mogelijk indien er geen passend alternatief kan gevonden worden in het land van herkomst. Het rapport koppelt hieraan de vaststelling dat interlandelijke adoptie mogelijk is als uitzonderlijke en ondergeschikte maatregel, als aanvulling op het lokale zorgsysteem van het land van herkomst.
  • Geïnformeerde toestemming: de geïnformeerde toestemming van de minderjarige, in principe vanaf 12 jaar en de geïnformeerde toestemming van de biologische ouders, in het rapport eerste ouders genoemd, zijn essentieel bij de totstandkoming van interlandelijke adopties.

Het rapport koppelt het eerste basisprincipe aan een terughoudende benadering ten opzichte van interlandelijke adoptie, met sturing vanuit de vraag van herkomstlanden in plaats van te vertrekken van de vraag vanuit Vlaanderen. Vlaams minister Beke geeft alvast aan dat hij deze basisprincipes voor de volle 100% onderschrijft.

De aanbevelingen die een paradigmashift moeten teweegbrengen

Het rapport bevat 11 aanbevelingen over de toekomst van interlandelijke adoptie. Aan de basis hiervan ligt de nood aan een paradigmashift van een actieve naar een passieve houding in de praktijk van interlandelijke adoptie, met een brede maatschappelijke sensibilisering in de adoptiesector, bij de directe betrokkenen en in de samenleving.

  1. Paradigmashift van actieve naar passieve houding inzake interlandelijke adopties
  2. In landen met een hoog risico op wanpraktijken inzetten op ondersteuning van lokale zorgsystemen in plaats van op interlandelijke adoptie
  3. Centralisatie van interlandelijke adopties bij de overheid (VCA)
  4. Sterkere controle op subsidiariteit en adoptabiliteit in herkomstlanden
  5. Aanpassing wettelijk kader gewone/volle adoptie en pleidooi voor open adoptie
  6. Hervorming van het systeem van wachtlijsten naar een poolsysteem
  7. Extra aandacht voor adoptie van kinderen met bijzondere zorgnoden (special needs)
  8. Meer aandacht voor specifieke noden van geadopteerden in de voorbereiding van kandidaat-adoptanten
  9. Structurele inbedding van nazorg na adoptie
  10. Het recht op inzage in het adoptiedossier versterken
  11. Oprichting onafhankelijk orgaan voor ondersteuning contact met eerste familie

Vertrekken vanuit meerouderschap

Inhoudelijk sluiten de grote lijnen van de aanbevelingen aan bij de visie die minister Beke naar voor wil schuiven voor een toekomstige uitbouw van interlandelijke adoptie. De aanbevelingen sluiten naadloos aan bij de vernieuwde visie op adoptie vanuit het concept van meerouderschap. Meerouderschap heeft betrekking op die kinderen en jongeren voor wie meer dan één of twee ouders of opvoedende figuren in hun leven belangrijk zijn. Ze hebben of hadden hun biologische of eerste ouder(s), maar daarnaast ook adoptieouder(s), pleegzorger(s) of plusouder(s).

Studies laten zien dat in allerlei verschillende gezinsverbanden van een of meer volwassenen met kinderen goed kan worden opgevoed: de intenties van de volwassenen en de inhoud van de relaties zijn veel belangrijker dan de structuur of samenstelling van het gezinsverband. Er is ook onderzoek dat laat zien dat voor goed opvoederschap geen biologische of genetische relatie nodig is tussen de volwassene(n) en het kind. Wel is de (emotionele) band met en/of de kennis van de oorspronkelijke context van een kind (eerste ouders, maar ook grootouders, broers en zussen enz.), binnen welke gezinsvorm dan ook, cruciaal voor het welbevinden en de identiteitsontwikkeling van kinderen.

De aanbevelingen die betrekking hebben op het verleden en het federale niveau

Het rapport bevat 9 aanbevelingen over het omgaan met wanpraktijken in interlandelijke adoptie in het verleden. Deze aanbevelingen zijn verder te bekijken in dialoog met het Vlaams Parlement. Een aantal aanbevelingen betreffen federale materie. Deze zullen ter bespreking geagendeerd worden op de Commissie van Overleg en Opvolging inzake Adoptie.

  1. Publieke erkenning slachtoffers van wanpraktijken
  2. Installatie van een meldpunt voor juridisch-administratieve vragen
  3. Centrale en digitale registratie van gegevens en documenten
  4. Verder onderzoek naar foutvraag en aansprakelijkheid van betrokken actoren
  5. Mogelijkheden tot herstel van wanpraktijken in strafrecht uitbreiden
  6. Mogelijkheden tot herstel van wanpraktijken in het burgerlijk aansprakelijkheidsrecht uitbreiden
  7. Voorzien in een uitzonderlijke mogelijkheid tot regularisatie
  8. Herstelmaatregelen federaal agenderen met het oog op een herstelwet
  9. Installatie van een meer uitgebreid wettelijk kader voor herstel vanuit nazorg

Vlaams minister Beke: ‘Om dergelijke ingrijpende hervorming uit te tekenen, moet er wat mij betreft wel een adoptiepauze overwogen worden, waarbij geen nieuwe trajecten voor kandidaat-adoptanten opgestart worden. We moeten daarbij rekening houden met de fase in de procedure waarin kandidaat-adoptanten al zitten en met uiteraard de mogelijkheid voor kandidaat-adoptanten met een geschiktheidsvonnis om zich in het nieuwe systeem in te schrijven.’

Veronique Van Asch, voorzitster van het expertenpanel: ‘Onze twintig, in consensus geformuleerde aanbevelingen hebben geenszins de pretentie van de perfectie of van de volledigheid, maar hebben wel een grondige heroriëntatie van het adoptielandschap voor ogen. We moeten nieuwe antwoorden vinden op de vrij fundamentele problematiek die we hebben geschetst. De noden en de grenzen van de adopteerbaarheid moeten worden herbekeken en we hopen dat we met rapport een instrument hebben aangereikt om ervoor te zorgen dat toekomstige adopties tot stand komen met bescherming van de belangen van hen die het nodig hebben.’

Lees de presentatie en de aanbevelingen van het expertenpanel