Plan-Van Rompuy moet spiraal van wantrouwen doorbreken

28-06-2012
Eindelijk is het er. Met dank aan Herman Van Rompuy: een globaal Europees plan om ons uit deze crisis te tillen en zo een einde te maken aan een Europa dat teveel in de greep zit van het wantrouwen van de markten en de ratingbureaus. Het is een ambitieus en tegelijk realistisch plan, met structurele en institutionele maatregelen om de cyclus van wantrouwen te doorbreken. Want het vertrouwen herstellen dat blijft met stip opdracht nummer één om deze crisis te overwinnen. En daarvoor is perspectief nodig. Eigenlijk maakt Europa vandaag niet één crisis mee, maar vier tegelijk. De eerste drie zijn bekend: de bankencrisis, die leidde tot een economische crisis, die op haar beurt in vele lidstaten een crisis van de overheidsfinanciën veroorzaakte. Deze drie samen brachten een vierde crisis voort, wellicht de gevaarlijkste van alle: de vertrouwenscrisis. Het vertrouwen van consumenten en ondernemers in onze economie is laag, het vertrouwen van, in en tussen de banken zo mogelijk nog lager. Ook het vertrouwen in en tussen de overheden is historisch laag. En als klap op de vuurpijl wordt de Europese integratie door velen in vraag gesteld. Het vertrouwen herstellen is dus echt een must. En daarvoor is naast vele maatregelen ad hoc ook een visie nodig op de toekomst van de economische en monetaire unie. De Europese Top eind deze week komt daarom geen dag te vroeg. De staats- en regeringsleiders hebben de sleutel in handen om een aanvang te maken met dat vertrouwensherstel. Dat zal niet gebeuren door nog maar eens te herhalen dat we allemaal van elkaar afhankelijk zijn en samen moeten doorgaan. Woorden vergen daden en dus mogen wij verwachten dat de regeringsleiders daar ook consequent naar handelen, bijvoorbeeld door hun goedkeuring te geven aan het masterplan van Herman Van Rompuy. Deze Europese Top moet de top van de herwonnen ambities worden. De ambitie om het Europees project van vrede en welvaart opnieuw een geloofwaardige basis te geven. De ambitie om onze burgers ervan te overtuigen om opnieuw hun schouders onder Europa te zetten zodat we de globalisering mee sturing kunnen geven. De klok tikt genadeloos en wat gisteren al dringend was en vandaag nog mogelijk is, is morgen misschien al onvoldoende. De verwachtingen zijn hooggespannen. En ook al zullen niet alle verwachtingen kunnen worden ingelost, toch kan deze Europese top een fundamentele stap vooruit zetten. Natuurlijk is deze vergadering van staats- en regeringsleiders geen eindpunt, want het antwoord op deze crisis blijft complex en vraagt veelzijdige en volgehouden inspanningen van elk van de Europese lidstaten. Het is wroeten en werken om eruit te geraken, zonder bruikbare precedenten. Maar er is maar één weg en dat is de weg vooruit. Elk alternatief is slechter, want het betekent steevast minder kracht, minder zeggenschap, minder toekomst en meer ieder voor zich. Het plan dat nu op de tafel ligt, kiest ondubbelzinnig voor de weg vooruit. De Bankenunie moet de financiële sector sterker en betrouwbaarder maken en beschermt de spaarders zonder telkens weer een beslag te moeten leggen op overheidsmiddelen. De begrotingsunie betonneert duidelijke afspraken en een strikte controle en creëert zo een cruciale communautaire pijler onder onze eurozone, die tot voor kort pijnlijk ontbrak. De uitdieping van de economische unie moet al te grote onevenwichten tussen de lidstaten wegwerken en zal de economische groei en het scheppen van banen bevorderen. Tot slot moet een sterkere politieke unie ervoor zorgen dat Europa met meer slagkracht kan reageren op de uitdagingen die de globalisering op ons afvuurt. De toegevoegde waarde van het rapport Van Rompuy zit in het totaalplaatje ervan. Elk onderdeel hangt vast aan alle andere. Wie meer solidariteit vraagt, via een schulddelgingsfonds of andere vormen van gemeenschappelijk schuldbeheer, moet weten dat dit enkel haalbaar is wanneer er tegelijk ook waterdichte afspraken bestaan over budgettaire discipline. Duurzame solidariteit heeft nood aan een stevige basis. Het is zonder meer een voorwaarde om de huidige schuldenlast van de Eurolidstaten op een gemutualiseerde manier aan te pakken en zo te zorgen voor een goedkopere staatsschuldherfinanciering. We kunnen daar niet lichtzinnig aan beginnen, want we spreken al gauw over 3000 miljard euro. Wie wil dat Europa meer investeert in groei, mag niet terugdeinzen voor verdergaande Europese integratie en voor het delen van zijn soevereiniteit. De Europese top zal ook een uitgebreid groei- en banenplan goedkeuren. De interne markt moet verder worden afgewerkt. De arbeidsmarkt moet flexibeler en zo toegankelijker worden voor jongeren. Investeren in groei is niet tegengesteld aan het herstellen van het vertrouwen door financieel orde op zaken te stellen. Het één kan niet geloofwaardig zonder het andere. Europa is dus niet besparen of investeren, het is beide tegelijk. Want groei kan nooit duurzaam zijn als we de kost naar de volgende generatie doorschuiven. En besparen is zinloos als het geen perspectief opent op meer welvaart en jobs. Alles hangt aan alles. En dat hebben de auteurs van dit masterplan goed begrepen. Als het masterplan en het groei- en banenplan deze week worden aanvaard, ligt er veel werk op de Europese plank. Maar laat niemand zich illusies maken: ook op de nationale planken ligt een stapel werk. Want de lidstaten en de regio’s – die de eerste verantwoordelijken zijn voor de sanering van hun budget en overheidsschuld en voor het aan het werk krijgen van hun burgers – zullen ruim hun deel moeten doen om effectief het vertrouwen te herstellen. Europa kan onze gids zijn, maar niet onze deus ex machina die alles met een vingerknip oplost. Daarom moet België dit masterplan onverkort steunen. Wouter Beke, Marianne Thyssen, Steven Vanackere & Kris Peeters