Ondernemen in Leopoldsburg - “Legerhervorming biedt ook nieuwe kansen” (in: Limburg Manager)

29-05-2015

“Elke stad of gemeente moet leven met de geschiedenis die ze meedraagt,” zal Wouter Beke op het einde van ons gesprek filosofisch zeggen. Voor de burgemeester van Leopoldsburg betekent dat een nieuwe toekomst geven aan een gemeente die in het verleden diep verweven was met het leger, maar nu op koers raakt voor een nieuwe identiteit. “Ons toekomstplan is volop in uitvoering, en dat begint te lonen. Leopoldsburg staat letterlijk opnieuw in de steigers.”

 

M.M.: Hoe schetst u het economische profiel van Leopoldsburg?

“Wij zijn van oudsher het grootste militaire kamp van België. Tussen de twee wereldoorlogen waren hier 40.000 militairen gekazerneerd. Ons handelscentrum is in die periode gebouwd, en is daar helemaal op afgestemd. Op het hoogtepunt waren er 365 cafés. Op dit moment tellen we nog zowat 2.500 militairen, en ongeveer 500 in opleiding. Ons centrum is nooit aangepast na het wegvallen van de dienstplicht. Nochtans had dat een enorme impact op de horeca en veel andere handelszaken.”

 

M.M.: Is er nog leven na het leger?

“Ons toekomstplan is klaar. Sinds de hervorming van het leger is de aanwezigheid van de militairen geconcentreerd in een afgebakende zone. Nu het leger zich terugtrekt achter de draad, ontstaan er toekomstkansen. In het kwartier Reigersvliet bijvoorbeeld komt 60 hectare vrij. We maken er ruimte voor de nieuwe Limburgse gevangenis en voor kmo’s.”

 

M.M.: Welke economische troeven kunt u uitspelen?

“Leopoldsburg ligt binnen een straal van 5 kilometer in de grootste industriezone van België. Overpelt, Lommel, Balen, Mol, Ham, Tessenderlo en Beringen vormen een ‘banaan’ waar Leopoldsburg middenin ligt. Dat biedt enorme mogelijkheden, weliswaar niet rechtstreeks. Leopoldsburg is een kleinstedelijk gebied met woonfunctie.

Vroeger waren wij gericht op het oosten, richting leger, nu op het noordwesten, richting industrie. Om die kansen op onrechtstreekse tewerkstelling volop te grijpen, is betaalbaar wonen erg belangrijk. n twee legislaturen willen we 20 % meer woongelegenheid. We willen gezinnen aantrekken, en zo ook meer koopkracht, wat dan weer ons handelscentrum zal versterken. Ons inwonersaantal is jarenlang blijven hangen rond 13.000, nu zitten we al op 15.300. Samen met Hasselt zijn wij de enige Limburgse gemeente waar het aandeel van gezinnen in de leeftijdscategorie tussen 20 en 40 groeit. Dat is een enorme troef om het lokale economische weefsel te versterken.”

 

M.M.: Nieuwe inwoners is één zaak, jobkansen bieden nog een andere.

“Hoewel ook bij ons 40 gezinnen rechtstreeks getroffen zijn door de sluiting van Ford, is de werkloosheid gedaald. Waar die in Limburg tussen maart 2014 en maart dit jaar steeg met 3,6 %, daalde ze in Leopoldsburg met 9 %. Daarmee zijn we volgens een onderzoek van Trends de grootste tewerkstellingskampioen in Vlaanderen, al besef ik dat die in absolute cijfers niet zo spectaculair is. We hebben een cel opgericht met onze schepen voor sociale zaken, waarin we samenwerken met de VDAB. We stappen ook mee in het strategisch actieplan SALK.”

 

M.M.: Als de rechtstreekse tewerkstelling beperkt is, waar vinden Kampenaren dan wel werk?

“Vooral bij de overheid. In het leger nog altijd, en daarnaast tellen we ook een paar grote scholengemeenschappen en zorginstellingen. De privésector vinden onze inwoners vooral in de omliggende gemeenten. Onder meer daarom hebben we de stationsomgeving aangepakt. Tien jaar geleden dreigde de NMBS het station nog te sluiten, nu groeit het aantal reizigers sterk.”

 

M.M.: Een belangrijk dossier is de gevangenis. Hoe staat het daarmee?

“Op dit moment lopen een aantal parallelle procedures. Een openbaar onderzoek, een onderzoek naar de ontsluitingsweg, de grond is overgedragen van defensie naar de Regie, en er is het justitieplan. Pas als alles op ruimtelijk vlak geregeld is, kunnen we concrete plannen maken. Het kan nog mislopen, dus ik spreek altijd met twee woorden. Of het een zware klap zou zijn als de gevangenis niet komt? Nee, want ze is er nog niet. Het zal wel een opportuniteit zijn als ze er wél is. Ook een aantal van onze inwoners zouden er aan de slag kunnen.”

 

M.M.: Welk beleid voeren jullie voor lokale handelaars?

“Ons commercieel-strategisch plan is bijna klaar. Er was tien jaar onzekerheid: komt het vernieuwde handelscentrum er of niet? Wel, de werfkranen staan er nu.

We voeren een stevig subsidiebeleid voor handelaars die niet in het binnengebied wonen. Ik heb er geen moeite mee om toe te geven dat er nog te veel leegstand is. Er zijn nog niet veel nieuwe winkels bijgekomen, maar veel handelspanden hebben een vernieuwd uitzicht, en dat vergroot de aantrekkelijkheid. Ik geloof ook niet in één beleidsmaatregel. De politiek moet geen winkel openhouden, wij zijn de regisseur. Het is een én-én-verhaal. We zetten in op wonen, op de stationsomgeving, op ons binnengebied, op gratis parkeerplaatsen. Er is weer veel dynamiek.”

 

Jan Colla