Jongeren tussen 12 en 16 jaar kunnen voor meerdere jaren toevertrouwd worden aan een gesloten gemeenschapsinstelling wanneer ze specifieke zware feiten gepleegd hebben. Het gaat dan onder meer om terrorisme, levensdelicten en weldra ook verkrachting met of zonder verzwarende omstandigheden. Zo’n langdurige plaatsing in een gesloten gemeenschapsinstelling gaat altijd gepaard met aangepaste begeleiding met het oog op latere re-integratie. De Vlaamse Regering bekrachtigde die wijziging aan het decreet Jeugddelinquentie.

Het nieuwe Jeugddelinquentiedecreet is sinds 2019 in voege, maar het Grondwettelijk Hof wees op enkele noodzakelijke verduidelijkingen. Daarom bekrachtigde de Vlaamse Regering vandaag de nodige wijzigingen op vlak van langdurige gesloten opvang voor jonge delictplegers. Voor jongeren tussen 12 en 16 jaar die zware feiten gepleegd hebben, kan een jeugdrechter een langdurig verblijf in een gemeenschapsinstelling opleggen.

Dat kan enkel wanneer jongeren schuldig bevonden worden aan een limitatieve lijst van zeer ernstige misdrijven: oorlog- of terroristische misdrijven, levensdelicten, roofmoord en verkrachting met of zonder verzwarende omstandigheden of met de dood tot gevolg. Jongeren vanaf 12 tot 14 jaar kunnen dan voor maximaal voor 2 jaar in een gesloten gemeenschapsinstelling worden opgenomen. Voor jongeren tot 16 jaar is die termijn maximaal 5 jaar, en voor jongeren tot 18 jaar kan de periode zelfs oplopen tot 7 jaar. Van bij de start van zo’n langdurige opname in een gesloten setting wordt al werk gemaakt van daderbegeleiding met het oog op herintegratie. Daarvoor wordt ook samengewerkt met onderwijs of met werk in functie van de leeftijd en het profiel van elke jongere. De nieuwe bepalingen stellen dat de sanctie voor jonge delictplegers om de 6 maanden geëvalueerd wordt door de jeugdrechtbank.

Voor minderjarigen vanaf 16 jaar kan een jeugdrechtbank de sanctie ook opleggen bij andere delicten. Onder meer opzettelijke slagen en verwondingen met verzwarende omstandigheden, diefstal of afpersing met geweld en onmenselijke behandeling behoren tot de lijst met mogelijke feiten waarbij de jeugdrechtbank een verblijf in een gesloten setting kan opleggen. De wijzigingen aan het decreet moeten nu verder vorm krijgen in een uitvoeringsbesluit voor ze in werking treden.

De bepalingen waarover de Vlaamse regering vandaag besliste, gaan in vanaf 1 september 2022. Ondertussen bereiden de gemeenschapsinstellingen zich intensief voor op de nieuwe begeleidings- en opvangmogelijkheden die in het decreet voorzien worden.

Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid & Gezin Wouter Beke: ‘Met deze wijzigingen geven we een duidelijk signaal dat er voor excessief geweld in onze samenleving geen plaats is. Wanneer je als jongere zware feiten pleegt, zal de jeugdrechter een passende sanctie kunnen opleggen. Tegelijk moeten we er voor zorgen dat we jongeren behoeden om meegesleept te worden in een negatieve spiraal of criminele milieus. Dat kan alleen door hen van bij de start ook al intensief voor te bereiden om hun re-integratie in de samenleving, Als Vlaamse regering vinden we het belangrijk om naast de strenge sanctie ook al onmiddellijk dat begeleidingstraject in te zetten, zodat deze jongeren opnieuw een positieve bijdrage aan onze samenleving leren leveren en daartoe ook kansen krijgen.’

 Vlaams minister voor Justitie en Handhaving Zuhal Demir: ‘Elke verkrachting is in mijn ogen onder verzwarende omstandigheden. Een verkrachting is een aanslag op een leven, ook wanneer minderjarigen het doen. En het feit is dat, vergeleken met de levenslange trauma van de slachtoffers, daders te vaak goed wegkomen. Ik worstel daar al lang mee, wie me kent weet dat. Als maatschappij en als politiek moeten we weigeren ons daarbij neer te leggen. Vlaanderen kan niet in de plaats treden van de federale wetgever of rechters, maar als het om minderjarige criminelen gaat kunnen we wél de regelgeving aanpassen. Jeugdrechters krijgen met dit nieuwe jeugddelinquentierecht de teugels in handen op een streng en kordaat antwoord te geven op dergelijke gruwelijke feiten.’