Minister van Welzijn Wouter Beke en minister van Onderwijs Ben Weyts hebben vandaag het startschot gegeven voor de Vlaamse Planningscommissie. Tijdens deze startvergadering werden de voorzitter van de commissie en ondervoorzitters voor de kamers verkozen. De Vlaamse Planningscommissie laat toe om de toegang tot de gezondheidsberoepen beter te regelen en het medisch aanbod af te stemmen op de specifieke Vlaamse noden. De Vlaamse Regering wil op deze manier onder meer een antwoord bieden op de problematiek van de knelpuntspecialismen.

Professor Paul Herijgers (KU Leuven) wordt voor de komende vier jaar de voorzitter van de Vlaamse Planningscommissie. Dokter Marc Moens (VAS) is verkozen als ondervoorzitter voor de kamer voor artsen-specialisten en huisartsen, professor Els Wierinck (KU Leuven) voor de kamer voor tandartsen en tandarts-specialisten, professor Annelies Moerman (UZ Gent) en dokter Steven Martens (VASO) voor de kamer voor de behoeften rond actieve artsen en tandartsen.

In de 3 kamers zetelen onder meer huisartsen, arts-specialisten, tandartsen, tandarts-specialisten, vertegenwoordigers van de diverse geneeskundefaculteiten en beroepsverenigingen, vertegenwoordigers van de verenigingen voor huisartsen en specialisten in opleiding, een vertegenwoordiger van het Vlaams Patiëntenplatform, vertegenwoordigers van de administratie en de betrokken ministers.

Een eerste belangrijke advies van de Vlaamse Planningscommissie zal rond de subquota voor artsen en tandartsen draaien en wordt verwacht in november 2021, zodat de Vlaamse Regering ten laatste tegen eind december de startquota kan vastleggen voor het volgende academiejaar. De Vlaamse Planningscommissie baseert haar adviezen op de gegevens die gepubliceerd worden door de Federale Planningscommissie. De subquota zullen van toepassing zijn voor afgestudeerde artsen-specialisten en huisartsen in juni 2025, voor tandartsen en tandartsen-specialisten in juni 2025.

Vlaams minister Wouter Beke: “Deze Vlaamse Planningscommissie krijgt de belangrijke opdracht om de Vlaamse Regering te adviseren, zodat deze bevoegdheid ook op een kwalitatieve wijze kan worden ingevuld. Deze commissie zal in de toekomst het aantal kandidaten aangeven die toegang moeten krijgen tot opleidingen in functie van bepaalde specialismen.”