Het greep me naar de keel: een brief van een moeder die zich zorgen maakt over de toekomst van haar kind (DS 5 februari) . Zeker ook omdat het ging om een kind dat veel zorgen vraagt, want het heeft een handicap. En omdat de moeder die zorgen voor een groot stuk zelf opneemt. De brief die Peggy ­Meeussen aan mij richtte, toonde op indringende wijze wat belangeloze en liefdevolle inzet echt is.

Als mens en als politicus raakt het me, als ze de vraag stelt: wat als ik er niet meer ben? Een vraag die bij veel ouders van kinderen met een handicap op de lippen ligt. Een zeer terechte vraag ook, van een moeder met een engagement. Dat verdient een even geëngageerd maatschappelijk antwoord.

De kwaliteit van een samenleving laat zich aflezen aan wat ze doet voor de meest kwetsbaren. Het is eigen aan christendemocraten om zich daarvoor in te zetten. Ik heb nooit anders geweten, met twee ouders die eigenhandig een voorziening uit de grond stampten voor personen met een handicap. En ik zie het ook in onze inzet voor het welzijnsbeleid in Vlaanderen, waarvoor nu al bijna tien jaar een partijgenoot de verantwoordelijkheid draagt. In die tien jaar was er een continue uitbreiding van middelen voor de meest kwetsbaren in onze samenleving, zoals personen met een handicap, psychiatrische patiënten, zorgbehoevende ouderen, kinderen in problematische opvoedingssituaties en mensen die geconfronteerd worden met armoede. Als het van de CD&V afhangt, blijven we dat ook in de toekomst doen. Ik denk trouwens ook aan het nieuwe beschermingsstatuut voor wilsonbekwame personen, dat er kwam op voorstel van Raf Terwingen (CD&V). Ook daarmee gingen we in op een bezorgdheid die bij veel ouders leeft, en gaven we de personen met een handicap die wilsonbekwaam zijn meer juridische zekerheid.

Garantie

We moeten onszelf niet wijsmaken dat een overheid de liefde van een ouder kan vervangen. Maar die overheid moet wel een garantie bieden op een waardig en kwaliteitsvol bestaan. Daarom werkt Jo Vandeurzen, die bevoegd is voor Welzijn, het Perspectiefplan 2020 uit. Opdat er, wanneer nodig, voldoende zorg en ondersteuning is, met respect voor de vrije keuze van de persoon met een handicap, of die van de personen die hem of haar vertegenwoordigen. En daar plaatsen we ook heel wat centen tegenover. Het beleid voor personen met een handicap ontsnapt niet alleen aan besparingen, het is bovendien een van de weinige waarvoor nog bijkomende middelen worden uitgetrokken. We blijven erover waken dat dit een prioriteit blijft voor de Vlaamse regering.

Ik besef dat er meer nodig blijft. Niet alle vragen voor zorg krijgen het optimale antwoord. Het is echter een illusie te denken dat het enige antwoord ligt bij een overheid die meer middelen uittrekt. De noden blijven groeien, de vragen blijven toenemen. De actieve betrokkenheid van andere mensen uit de samenleving, zowel vrijwillig als professioneel, zijn en blijven nodig om iedere persoon met een handicap een kwaliteitsvol leven te geven. Overheid en persoonlijke inzet, ze hoeven elkaar niet uit te sluiten, ze hoeven niet met elkaar in concurrentiestrijd, nee, ze moeten elkaar versterken. Dat is de les die ik meeneem van de inzet van mijn ouders.

Wouter Beke

Wie? Voorzitter CD&V.

Wat? Iedere persoon met een handicap verdient een waardig, kwaliteitsvol leven. Al kan de overheid die taak niet alleen aan.