Onder het voorzitterschap van de Brusselse staatssecretaris voor gelijke kansen Nawal Ben Hamou kwam de Interministeriële Conferentie vrouwenrechten op vrijdag 26 juni voor de tweede keer bijeen. Op de agenda van de 12 IMC-ministers: op een grondige manier voortgaan met het werk dat wordt verricht op het gebied van geweld tegen vrouwen en een structurele samenwerking tot stand brengen tussen de verschillende beleidsniveaus na de Covid-19-pandemie.

De bedoeling is om zo concreet mogelijke maatregelen voor te stellen en ervoor te zorgen dat het werk van de IMC zich focust op de thema’s die een sterke coördinatie tussen de verschillende entiteiten vereisen. Gezien de omvang van het werk hebben de ministers besloten vier werkgroepen op te richten. Elk van deze werkgroepen zal een van de vier pijlers van het Verdrag van Istanboel behandelen zodat de maatregelen op een systematische manier kunnen worden bekeken:

  1. De werkgroep “Geïntegreerd beleid/onderzoek” zal geleid worden door de federale overheid, met steun van het IGVM (Kabinet Muylle)

    Voornaamste krachtlijnen:
    • Versterking van de coördinatie tussen de entiteiten in het kader van de ontwikkeling, uitvoering en opvolging van het nieuwe NAP voor gendergerelateerd geweld 2020-2025
    • Het verbeteren van de registratie van gegevens en statistieken over slachtoffers
    • Het verstrekken van adequate informatie en steun aan de slachtoffers
    • De informatie bestemd voor beroepsmensen op het terrein coördineren

  2. De werkgroep “Preventie-Sensibilisering” zal samen worden geleid door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en het Vlaams Gewest (kabinetten Ben Hamou, Demir, Beke en Somers)

    Voornaamste krachtlijnen:
    • Gecoördineerde informatie- en bewustmakingscampagnes voor het grote publiek verwezenlijken
    • Kinderen vanaf een zo jong mogelijke leeftijd bewust maken voor kwesties in verband met seksistisch geweld en gendergelijkheid
    • Een inventaris opstellen van de beschikbare opleidingen voor alle eerstelijnsberoepsmensen en ervoor zorgen dat er een opleidingsmodule omtrent gendergerelateerd geweld in deze inventaris wordt opgenomen.  
    • Particuliere en openbare werkgevers, maar ook openbare vervoersmaatschappijen sensibiliseren omtrent seksueel grensoverschrijdend gedrag

  3. De werkgroep “Bescherming en Ondersteuning” zal worden geleid door het Waals Gewest, de Federatie Wallonië-Brussel en de Duitstalige Gemeenschap (kabinetten Morreale, Linard, Glatiny, Antoniadis)

    Voornaamste krachtlijnen:
    • De aanbevelingen met betrekking tot de doorvoering van het intimidatiealarm uitvoeren op basis van de ervaringen die al in België (met name in Gent) zijn opgedaan
    • Werken aan de zelfredzaamheid van de slachtoffers, in het bijzonder bij de tenlasteneming van de indirecte kosten die vaak het gevolg zijn van het geweld (inkomensverlies, psycho-medische kosten, administratieve procedures, rechtsbijstand, huisvesting, enz.)
    • De toegankelijkheid (geografisch, financieel en kwantitatief) van de accommodatie en de opvangvoorzieningen in het hele land te verzekeren
    • De toegankelijkheid van de telefonische hulplijnen (talen, communicatiewijzen, gebrek aan opleiding) verbeteren
    • De ketenaanpak in de multidisciplinaire centra (ZSG en Family Justice Center) ontwikkelen en de uitwisseling van goede praktijken bevorderen door de associatieve sector hierbij te betrekken

  4. De werkgroep “Vervolgingen” zal worden geleid door de federale overheid (kabinet Geens).

    Voornaamste krachtlijnen:
    • De volledige en algemene toepassing van de COL4/2006 verzekeren, in het bijzonder met betrekking tot de opvang van slachtoffers van geweld.
    • De basisopleiding van magistraten en politiediensten op het gebied van gendergerelateerd geweld (met specifieke aandacht voor seksueel geweld) voortzetten en versterken
    • Zorgen dat strafrechtelijke beleidsinstrumenten zoals het risicobeoordelingsinstrument worden geïmplementeerd door alle partners en spelers in de preventie- en vervolgingsketen 

 
Er zal specifieke aandacht worden besteed aan academische en terreinexpertise: universitaire deskundigen en professionals uit de verschillende betrokken sectoren zullen worden uitgenodigd om deel te nemen aan alle werkgroepen. 
De interministeriële conferentie zal in het najaar opnieuw bijeenkomen om kennis te nemen van de conclusies van de werkgroepen en overeenstemming te bereiken over de implementering van concrete maatregelen. Daarnaast zal een volgende IMC de thema’s éénoudergezinnen en de economische situatie van vrouwen bespreken.

 

Welkom bij CD&V. Onze websites maken gebruik van cookies om jouw gebruikservaring te optimaliseren. Lees onze Cookies Policy voor meer informatie. Ons cookiebeleid en deze voorkeuren gelden voor alle CD&V-websites. Door op 'Akkoord' te klikken, ga je akkoord met de geselecteerde cookies.