'Ik volg het motto van Schiltz: gedaan met zeuren en treuren' (Interview in De Tijd)

12-08-2015

Beke beklemtoont bij het begin van het gesprek dat hij niet wil spreken van 'politieke voorbeelden' of 'idolen'. 'Dan lijkt het wel alsof je iemand wil nadoen. Terwijl iedereen het op zijn manier doet en de context altijd anders is. Er zijn wel mensen die me hebben geïnspireerd en nog altijd inspireren. Voor de vuist weg denkt hij aan de oud-premiers Jean-Luc Dehaene en Herman Van Rompuy en aan Hugo Schiltz, de voormalige partijvoorzitter van de Volksunie die zijn partij - voor even - in de regering loodste eind jaren 70 en een cruciale rol speelde voor het federalisme in België.

De politieke microbe had Beke als kind al beet. 'Aan de keukentafel heb ik de interesse voor de politiek meegekregen. Mijn vader kwam uit een CVP-nest, mijn moeder uit de stal van de Volksunie. Ik herinner me ook nog goed dat mijn jongste zus op 12 oktober 1978 is geboren. Mijn prilste herinnering over politiek is toen mijn twee grootvaders in de kraamkliniek over Leo Tindemans discussieerden. Achteraf heb ik beseft dat hun discussie over de val van de regering-Tindemans moet zijn gegaan, want die had Tindemans met veel dramatiek ('Voor mij is de grondwet geen vodje papier...', red.) een dag eerder aangekondigd. De discussie moet zijn geweest of Tindemans juist had gehandeld of niet.'

Waarom noemt u Hugo Schiltz als uw inspirator?

Wouter Beke: 'Op mijn achttiende ben ik pol&soc gaan studeren in Leuven. Dat was toen een turbulente politieke periode, want op 24 november 1991 was het Zwarte Zondag, de doorbraak van het Vlaams Blok die heel het politieke bestel dooreen schudde. Het geloof in de politiek glipte als zand door de vingers weg. Ik heb daar een aantekening over gemaakt. Toen ik de dochter van Schiltz toevallig op de boekenbeurs tegenkwam, heb ik haar die meegegeven en is die tot bij Hugo Schiltz gekomen. Hij heeft me gevraagd lid te worden van Vlaanderen Morgen, dat hij had opgericht na het sluiten van het Egmontpact in 1977, toen hij een tijdje door de woestijn is gegaan (Schiltz leed met de VU een zware nederlaag bij de verkiezingen in 1978, red.). De stelling van Schiltz was dat het niet alleen ging over meer autonomie voor Vlaanderen, maar ook over de invulling van die autonomie, de toekomst van Vlaanderen.'

'Ik heb er nooit een geheim van gemaakt dat ik uit de Vlaamse Beweging kom. In mijn jonge jaren heb ik echt veel geleerd van Hugo Schiltz. De bijeenkomsten van Vlaanderen Morgen openden voor mij de deur naar een netwerk van politici, ondernemers en academici. Zo reed ik altijd mee naar de vergaderingen met Jaak Billiet, die toen mijn prof was.'

Wat sprak u zo aan in Schiltz?

Beke: 'Gedaan met zeuren en treuren' is een pamflet dat Schiltz schreef in een reactie op Mark Grammens' 'Gedaan met geven en toegeven'. Schiltz' stelling was dat stap na stap werk moest worden gemaakt van meer Vlaamse autonomie, via akkoorden. Ik verwijs er nog vaak naar, ook tijdens de onderhandelingen over de zesde staatshervorming. Het is nog altijd een spanningsveld voor de Vlaamse Beweging: liever geen akkoord dan een compromis. De doctrine van Schiltz was anders, hij wilde stappen in de goede richting zetten.'

Het lijkt ook wel uw motto geworden?

Beke: 'Dat is zo.'

Jaren later was u trouwens een van de drijvende krachten achter het kartel tussen CD&V en N-VA.

Beke: 'Ja, dat klopt. Eerst was ik voorzitter van de congrescommissie, die het congres van Kortrijk in 2001 voorbereidde. Daar is CD&V boven de doopvont gehouden en is er een nieuw basismanifest goedgekeurd waarbij voluit de kaart van Vlaanderen werd getrokken. Het is de periode ook dat Johan Sauwens naar CD&V is overgestapt, na de implosie van de VU. Yves Leterme heeft me daarna, in 2003, gevraagd ondervoorzitter te worden van CD&V, samen met Cathy Berx. In 2003 en 2004 zijn dan de gesprekken begonnen over het kartel. Yves Leterme en Jo Vandeurzen voerden de grote onderhandelingen met Geert Bourgeois, maar als ondervoorzitters schreven Cathy Berx en ik de teksten, samen met de ondervoorzitter van de N-VA, Bart De Wever. Ik kende Bart De Wever al van vóór de politiek. Ik schreef een proefschrift over de CVP na de Tweede Oorlog, en hij probeerde dat over de oprichting van de VU na de Tweede Wereldoorlog.'

En is De Wever veranderd?

Beke: 'Laten we zeggen dat ik niet veranderd ben.' (lacht)

Hoe heeft Dehaene u geïnspireerd?

Beke: 'Als premier heeft hij regeringen geleid die grote stappen hebben gezet, zowel institutioneel met het Sint-Michielsakkoord als sociaal-economisch met het Globaal Plan. Maar als jonge gast van 18 jaar was hij geen inspiratiebron. Het is pas later dat ik heb ingezien dat Dehaene veel meer was dan zijn imago als loodgieter liet vermoeden.'

Had u een goed contact met Dehaene?

Beke: 'Aanvankelijk was het contact oppervlakkig, maar toen ik partijvoorzitter ben geworden, werd onze band intenser. Zo kwam hij rond Nieuwjaar altijd langs voor een babbel. Hij gaf dan een boek dat hij had gelezen en waarvan hij vond dat ik het ook moest lezen. Het laatste boek dat ik van hem heb gekregen, was 'De wereld redden' van Michel Bauwens. Het gaat over zaken die nu brandend actueel zijn, met de opkomst van Uber en AirBnB. Dehaene was niet alleen een sterk politicus, maar vooral ook een goede socioloog. Hij had grote interesse voor wat de volgende grote evolutie zou zijn, en hoe daar politiek op gereageerd kon worden. Hij was een man met een duidelijke visie, die wist waar hij naartoe wilde en op welke manier.'

En wat hebt u van Dehaene geleerd?

Beke: 'Proberen zo veel mogelijk de samenhang te zien tussen maatschappelijke visies en concrete beleidsdossiers. We dreigen in de politiek, maar ook daarbuiten, te veel deelspecialisten te worden, terwijl er nood is aan mensen met een allesomvattende visie.'

U noemde ook Herman Van Rompuy als voorbeeld. Waarom?

Beke: 'Hij combineert een zeer scherp analytisch vermogen met een christendemocratie pur sang. En hij kan die perfect met elkaar verbinden. Hij kan altijd aangeven welke christendemocratische antwoorden er gegeven kunnen worden als het politiek moeilijk wordt. Hij heeft als geen ander ook de kracht van de overtuiging. Ook toen hij voorzitter was van de Europese Raad ging ik geregeld bij hem op de koffie. Hij vroeg nooit iets. Maar als ik raad vroeg, gaf hij die graag.'