De gevolgen van de pandemie zijn nog steeds voelbaar. Om de organisatoren van kinderopvang en buitenschoolse opvang financieel te blijven ondersteunen, heeft de Vlaamse Regering beslist om compensatie te blijven geven  tot eind juni 2021. Organisatoren kunnen deze subsidie aanvragen als er door COVID-19 kinderen afwezig zijn of ze geheel of gedeeltelijk moeten sluiten. In totaal trekt Vlaams minister van Welzijn en Volksgezondheid Wouter Beke hiervoor minimaal 7,5 miljoen euro uit.

Minister Beke heeft beslist dat alvast in april dit jaar dealgemene compensatieregelingzal gelden, net zoals de voorbije maanden. Dat wil zeggen dat:  

  • ouders niet betalen en geen respijtdagen verliezen wanneer hun kind niet naar de opvang komt.  
  • de opvang de subsidie krijgt voor deze afwezigheden als ze aan alle subsidievoorwaarden voldoen.  

Het compensatiepercentage voor de buitenschoolse opvang in april 2021 zal, op basis van huidige gegevens, opnieuw 30% bedragen.Als de buitenschoolse opvang verplicht wordt te sluiten, dan is dit 80%. 

De buitenschoolse opvang kan ook nog steeds een verhoogd compensatiepercentage vragen wanneer er een sterke daling in de bezetting is omwille van bijvoorbeeld de sluiting van scholen in de buurt.

Afhankelijk van de evolutie zal in mei en juni ofwel de algemene compensatie doorlopen, ofwel wordt er naar de selectieve compensatie. In dat geval is alleen nog compensatie mogelijk bij een volledige of gedeeltelijke sluiting van de kinderopvang. Ouders betalen dan terug zoals normaal en moeten opnieuw gebruik maken van hun respijtdagen.

Vlaams minister Wouter Beke: De Vlaamse Regering wil de financiële leefbaarheid van de kinderopvangsector en de sector van buitenschoolse opvang garanderen, door de nodige compensaties voor gederfde inkomsten te voorzien. Als je als beleid ervoor kiest om de kinderopvang en de scholen maximaal open te houden, moet je ervoor zorgen dat ouders hun job zo goed mogelijk kunnen uitoefenen. Kinderen krijgen in de opvang en in de crèche dan weer de kans om spelenderwijs verschillende vaardigheden op te doen. Zolang de epidemiologische toestand het toelaat, moeten we de crèches en de scholen zo veel mogelijk open houden.’