Het preventiebeleid rond kanker van de Vlaamse overheid werpt zijn vruchten af. Dat blijkt uit het jaarrapport 2018 van het Centrum voor Kankeropsporing (CvKO) en Stichting Kankerregister die de bevolkingsonderzoeken naar kanker uitvoeren in opdracht van de Vlaamse overheid. Zo ligt het aantal gevorderde dikkedarmkankers in Vlaanderen voor het eerst lager dan voor de start van het bevolkingsonderzoek in 2013. Ook komen er minder vergevorderde borstkankers voor bij vrouwen die zich regelmatig laten screenen in vergelijking met vrouwen die nooit deelnemen. Dat de deelname aan het Bevolkingsonderzoek Baarmoederhalskanker daalt bij jonge vrouwen (25j-29j) is daarentegen wel een aandachtspunt. 

Vlaamse minister Wouter Beke:

“Dankzij onze Bevolkingsonderzoeken Borst-, Dikkedarm- en Baarmoederhalskanker krijgen jaarlijks meer dan 1.400.000 Vlamingen de uitnodiging om zich te laten onderzoeken. We zien dat die onderzoeken erin slagen kankers in een vroeg stadium op te sporen, zodat de mensen een betere genezingskans hebben. Maar we moeten blijven zoeken naar manieren om mensen goed te informeren zodat meer mensen zich laten screenen.” 

Bevolkingsonderzoek Dikkedarmkanker:  aantal gevorderde dikkedarmkankers daalt maar verhogen deelname en correcte opvolging blijken belangrijker dan ooit.

Maar liefst 75% van de kankers die gevonden worden bij deelnemers aan het bevolkingsonderzoek hebben een vroegtijdig (in situ of stadium I) en dus goed behandelbaar stadium. Bij niet-deelnemers is dit voor ‘slechts’ 41% van de gediagnosticeerde kankers het geval. Recente cijfers van de Stichting Kankerregister voor 2017 tonen dat het aantal gevorderde dikkedarmkankers (stadium II, III en IV) in Vlaanderen daalt en voor het eerst lager ligt dan het aantal van voor de start van het Bevolkingsonderzoek in 2013. Isabel de Brabander, manager Screening Stichting Kankerregister: 

“Deze cijfers vormen een eerste indicatie dat door het opsporen van dikkedarmkanker in een vroegtijdig stadium, het voorkomen van meer gevorderde dikkedarmkankers in Vlaanderen afneemt. Ook het aantal voorlopers van dikkedarmkanker (poliepen) die gevonden en weggenomen worden sinds de start van de screening blijft hoog. Hierdoor verwachtten we een nog verdere daling van het aantal invasieve kankers de komende jaren”.

Om deze gunstige impact van het bevolkingsonderzoek verder te verhogen is het belangrijk om nog meer in te zetten op deelname aan dikkedarmkankerscreening. Vanaf volgend jaar worden ook de 50-jarigen uitgenodigd om deel te nemen.

Bevolkingsonderzoek Borstkanker: vergevorderde borstkankers komen minder voor bij vrouwen die zich regelmatig laten screenen.

Vrouwen van 50 tot en met 69 jaar worden om de 2 jaar uitgenodigd om deel te nemen aan het Bevolkingsonderzoek Borstkanker. Met een dekkingsgraad van 62,5% zit Vlaanderen bijna op de Europese richtlijn. Ook hier bewijst preventief screenen zijn nut: bij vrouwen die zich (binnen of buiten het bevolkingsonderzoek) laten screenen komen er significant meer vroegtijdige borstkankers en significant minder vergevorderde borstkankers voor dan bij vrouwen die zich nooit laten screenen. Dit blijkt uit een recente studie van de Stichting Kankerregister. Uit deze studie blijkt ook dat het risico op nadelen van screening zoals overdiagnose en vals positieve resultaten hoger ligt voor screening buiten het bevolkingsonderzoek. Dr. Patrick Martens, directeur Centrum voor Kankeropsporing:

“Onze gegevens tonen bovendien aan dat ongeveer 15% van de vrouwen uit de doelgroep nog nooit deelnam aan eender welke manier van borstkankerscreening. We zetten ons verder in om deze vrouwen toch te bereiken. Daarnaast valt het op dat het programma van hoge kwaliteit is en een vaste waarde is geworden in Vlaanderen, en dat screening buiten het programma aan populariteit verliest.”

Bevolkingsonderzoek Baarmoederhalskanker: meer aandacht nodig voor jonge vrouwen die nog nooit een uitstrijkje hebben laten nemen.

We streven er tegen 2020 naar dat 65% van de vrouwen van 25 tot en met 64 jaar zich driejaarlijks te laten screenen voor baarmoederhalskanker d.m.v. een uitstrijkje. In 2018 voldeed 63,2% hieraan.Dr. Patrick Martens: 

Wat ons verontrust is dat de deelname bij de jongste vrouwen (25-29j) gestaag daalt. In 2013 had 64,8% van de vrouwen in deze leeftijdscategorie nog een driejaarlijks uitstrijkje laten nemen, in 2018 is dat nog maar 60,7%. We vragen aan huisartsen en gynaecologen om tijdens een consult voor anticonceptie ook een preventief uitstrijkje ter sprake te brengen”.  

In tegenstelling tot de jongste leeftijdsgroep stijgt de deelname in de oudere groep in het Bevolkingsonderzoek Baarmoederhalskanker wel. Mogelijks speelde de aandacht over het nut van een uitstrijkje na de menopauze in de campagnes hierbij een rol. Daarom is het ook belangrijk en aangewezen om nu de jongste groep te informeren over het blijvende nut van screening ook na vaccinatie. Verder blijven we ons inzetten om de 14% vrouwen die zich nog nooit preventief heeft laten onderzoeken, toch te bereiken.

Bijkomende acties voor personen met een handicap of in kwetsbare maatschappelijke situaties

 Het CvKO gaat bijkomende acties opzetten om de dekkingsgraad van de bevolkingsonderzoeken verder te verbeteren en dan in het bijzonder naar personen met een verstandelijke of lichamelijke handicap en naar personen in een kwetsbare maatschappelijke situatie. Zo zal er aangepast informatie- en sensibilisatiemateriaal worden ontwikkeld voor personen met een handicap. Daarnaast loopt er in een aantal gemeenten een proefproject dat er specifiek op gericht is om personen in een kwetsbare maatschappelijke situatie beter te bereiken.

    Welkom bij CD&V. Onze websites maken gebruik van cookies om jouw gebruikservaring te optimaliseren. Lees onze Cookies Policy voor meer informatie. Ons cookiebeleid en deze voorkeuren gelden voor alle CD&V-websites. Door op 'Akkoord' te klikken, ga je akkoord met de geselecteerde cookies.