Ons Limburgplan.

Wij kiezen voor Limburg, dé regio bij uitstek van levenskwaliteit. De provincie van redelijke mensen. De provincie van stille én harde werkers. Van innovatie. Een prachtige regio van warme mensen waar iedereen zichzelf kan zijn. Ook na 26 mei willen we goed, gezond én gerust kunnen leven in Limburg. We willen op vele gebieden een voorbeeld voor Vlaanderen blijven en verder voorsprong nemen. Daarom werkten wij een tien stappen-Limburgplan uit. Meer informatie hierover, en over onze kandidaten, kan u hier vinden: Voorbeeld voor Vlaanderen

1. Iedereen die werkt, verdient méér en alle Limburgse stille werkers en werkende ouders verdienen iets extra's.

Zo voorziet CD&V voor alle werknemers een belastingverlaging door verhoging van de forfaitaire aftrek voor beroepskosten. Voor de ‘stille’ werkers voorzien we een hogere werkbonus zodat zij netto tot 600 euro per jaar extra verdienen. Voor werkende ouders wil CD&V het belastingkrediet voor kinderen ten laste verdubbelen tot 900 euro. En de kinderopvang uitbreiden en goedkoper maken.

Met CD&V in de regering zijn er maar liefst 240.000 jobs bijgekomen. De werkloosheid is in Limburg een pak sterker gedaald dan in de rest van Vlaanderen en er zijn in Limburg meer vacatures bijgekomen dan gemiddeld in Vlaanderen. Dit is mee het resultaat van de ontwrichte zones waarbij in Limburg meer dan 4000 extra jobs gerealiseerd zijn. Dit systeem heeft zijn deugdelijkheid bewezen en moet dan ook worden verlengd.

Daarbij ging ook onze koopkracht erop vooruit. Wie werkte, verdiende netto tot 140 euro per maand meer en wie het heel moeilijk had, ging er nog sterker op vooruit. Het beschikbaar inkomen en de koopkracht namen toe en ook de sociale uitgaven stegen met 16 miljard euro.

2. Limburg moet zelf kunnen beslissen over SALK-bis, een sterke provincie én Europese middelen.

SALK en provincie Limburg hebben na de sluiting van Ford Genk meer dan hun nut bewezen. Van de bijna 6000 ontslagen werknemers bij Ford en toeleveranciers is inmiddels 85% niet meer werkloos. Dankzij het SALK-programma werd de voorbije jaren maar liefst 335 miljoen euro geïnvesteerd in Limburg. De provincie heeft hierin steeds het voortouw genomen en was hierin goed voor bijna 60 miljoen aan investeringen in de versterking en vernieuwing van het sociaaleconomische weefsel in Limburg. Maar het werk is niet af! Een SALK-bis, getrokken door een sterke provincie, dringt zich op. De randvoorwaarden voor een duurzame groei moeten immers nog gerealiseerd. We denken hierbij onder andere aan de ontsluiting van Limburg, het terugdringen van het aantal leerlingen dat de schoolbanken zonder diploma verlaat, een eigen Beleidsplan Ruimte Limburg …

Op 29 april 2019 is het dag op dag 32 jaar geleden dat Europa is begonnen met sociaaleconomische investeringen in Limburg. De aanleiding toen was de sluiting van de steenkoolmijnen, waardoor de Europese subsidies jobs moesten creëren in Limburg. Vandaag heeft Europa meer dan 600 miljoen euro in onze provincie geïnvesteerd. Het investeringsvolume (incl. cofinanciering via Vlaanderen, de provincie en onze Limburgse steden en gemeenten) liep daardoor op tot meer dan 2 miljard euro en resulteerde in meer dan 2000 projecten. De projecten zijn zeer uiteenlopend. Het gaat dan bijvoorbeeld om de aanleg van industrieterreinen, projecten gericht op onderzoek en innovatie, toeristische projecten, kinderopvang, stedelijke ontwikkeling, dorpsvernieuwing, opleidings- en bijscholingsprojecten voor werkzoekenden …

Zonder een sterke provincie was deze enorme financiële inbreng via Europa onmogelijk. Ook in de toekomst blijven de Europese steunfondsen voor de verdere groei van Limburg onontbeerlijk. Ondanks de sterke heropstanding blijft onze provincie tot op vandaag een zogenaamde ‘transitieregio’, d.w.z. een BNP tussen 75 à 90% van het EU-gemiddelde. Een sterke provincie blijft een conditio sine qua non om Europese middelen maximaal toe te leiden naar Limburg! Vanuit onze euregionale positie is het Europese regionale beleid een zeer belangrijk instrument om grote maatschappelijke uitdagingen (bv. globalisering, klimaatverandering, demografische ontwikkelingen, energievoorziening en opvang en integratie van migranten) binnen regionale samenwerkingsverbanden op te pakken.

3. Geen enkele Limburger mag twijfelen aan het belang én de kracht van de provincie Limburg, LRM en LSM.

Voor CD&V is het duidelijk: Limburg is nodig, de provincie Limburg is nodig! Het verleden heeft aangetoond dat een sterk Limburg essentieel is voor het opvangen van tegenslagen. Limburg is tevens de krachtenbundeling van vele steden en gemeenten om bovenlokale uitdagingen aan te gaan. Op die manier vormt Limburg ook een sterke en essentiële tegenbeweging voor de ontwikkelingen in de Vlaamse ruit. Enkel een sterk Limburg kan optimaal profiteren van de ligging in Vlaanderen als poort naar Duitsland en Nederland en met een sterke as met Leuven én de internationale centrale ligging in Europa. We kiezen resoluut voor een provincie als een volwaardig bestuursniveau tussen het lokale en het Vlaamse niveau. De afstand tussen burgers en het bovengemeentelijk niveau met het gewest en de federale staat is te groot.

De provincie is voor ons een volwaardige regisseur van het streekbeleid in Zuid-Limburg, West-Limburg, Noord-Limburg, Midden-Limburg en het Maasland.. We willen in de volgende legislatuur verder fors investeren in verblijfstoerisme want hier zijn we een voorbeeld voor Vlaanderen. 330 miljoen wordt er in Limburg omgezet. In 2017 werd knooppunt 91 aan Bokrijk verkozen tot meest populaire fietsknooppunt van Vlaanderen en in 2018 won het de ‘World Landscape Architecture Award’ in Australië. Fietsen door het water, de bomen, de heide of de mergelgrotten. Het zijn allemaal projecten die erfgoed, cultuur en ontspanning aan elkaar verbinden en de levenskwaliteit in Limburg onderstrepen. 1 op 10 jobs in Limburg situeren zich vandaag in de economie van de vrije tijd. We moeten hier verder op inzetten!

Limburg is nodig, maar ook de Limburgse Reconversiemaatschappij (LRM) en de stichting Limburg Sterk Merk (LSM), die via dividenden van LRM investeert in maatschappelijke hefboomprojecten, zijn van levensbelang voor onze provincie. De definitieve verankering van beide organisaties in Limburg is noodzakelijk voor het behoud van onze welvaart en economische groei. In de periode 2014 – 2017 investeerde LRM bijna 300 miljoen gespreid over 284 dossiers in 5 domeinen (gezondheid en zorg, ruimte en beleving, slimme maakindustrie, duurzame samenleving en technologie en diensten). In dezelfde periode realiseerde LRM d.m.v deze investeringen 4664 nieuwe jobs in Limburg! Corda Campus huisvestte einde 2017 200 bedrijven en meer dan 3500 werknemers. Tegen 2020 wordt verwacht dat dit aantal stijgt naar 5000 werknemers. In de 7 incubatoren die actief zijn, zijn 264 bedrijven actief die bijna 1000 jobs vertegenworodigen. LSM investeerde sinds haar oprichting in 2008 meer dan 300 miljoen in maatschappelijke hefboomprojecten. Zo investeerde we via LSM maar liefst 100 miljoen Limburgse middelen in de uitbouw van de UHasselt, 20 miljoen in het Nationaal Park Hoge Kempen (het enige Nationaal Park in Vlaanderen!), 60 miljoen in de vrijetijdseconomie, 30 miljoen in ons uniek incubatorennetwerk en inmiddels meer dan 30 miljoen in projecten die de zorg voor onze Limburgers wisten te versterken. Ook in cultuur (Z33) en projecten ter versterking van de klimaatneutraliteit (Bosland) werden de voorbije jaren heel wat LSM middelen geïnvesteerd.

4. Een Limburgs onderwijsmodel dat inzet op taal én een braindrain tegengaat.

 

Een job is de beste garantie op een goed leven. Te veel jongeren (11%) verlaten namelijk het secundair nog altijd zonder diploma. Daarom moet de lat hoog liggen zodat iedere jongere gestimuleerd wordt een diploma te behalen. De basis hiervoor wordt gelegd in de basisschool. Wie daar niet zaait, zal in het hoger onderwijs niet oogsten. En tegelijk moeten we de ambitie durven hebben om in Limburg voor elke job een afstudeerrichting te hebben. Enkel zo kunnen we de Limburgse braindrain tegengaan.

In de praktijk betekent dat investeren in twee zaken: taal en basisonderwijs. Taal is de sleutel voor sterke onderwijsprestaties én tot volwaardige integratie. De realiteit op school is echter dat meertaligheid vaak halftaligheid betekent. Daarom hebben we nood aan een TaalTurbo:

  1. We stimuleren taalvaardigheid en begrijpend lezen. We denken aan voldoende instructietijd in de klas om te (leren) lezen, stimuleren lezen ook na de schooluren en zetten in op een sterke leesdidactiek.
  2. We bevorderen leesplezier buiten de schooluren in een structurele samenwerking met bibliotheken (bv. door wijkbibliotheken een plaats in de school te geven) en culturele centra.

Ook ijveren we voor een individueel gerichte benadering van de leerling in het leerplichtonderwijs. Leerlingen met leernoden (achterstand, dyslexie, dyscalculie, migratieachtergronden, kansenarmere contexten) én leerlingen met leerruimte (hoogbegaafdheid, vlotte leerders en ‘leergretige’ leerlingen) zullen hierdoor veel meer aangesproken worden. Het basisonderwijs willen we als volgt versterken:

  1. Via extra investeringen trekken we de historische achterstand in de werkingsmiddelen recht. De directies krijgen meer beleids- en administratieve ondersteuning zoals in het secundair onderwijs, waarbij we ook het verschil in administratieve ondersteuning tussen kleuterscholen en lagere scholen wegwerken. Zo kunnen de schoolteams en directies zich meer op hun kerntaken richten.
  2. Een basisschool is een ‘groepspraktijk’. We bouwen aan sterke professionele basisschoolteams die bij voorkeur inzetten op ‘team teaching’. Daarbij blijft de brede inzetbaarheid van de onderwijzer gewaarborgd, maar creëren we mogelijkheden voor de leergebiedexpert (via specialisatie van de onderwijzer). We versterken het team van de basisschool door de mogelijkheid te laten om masters in te zetten die specifiek voor het basisonderwijs worden opgeleid.

Leerkrachten moeten minder belast worden met administratie en planning zodat er meer kennisoverdracht kan plaatsvinden. Door flexibilisering in de organisatie van scholen zullen leraars dynamischere mogelijkheden hebben in de uitoefening van hun job. Ze zullen meer in team kunnen werken waardoor leraars meer ingezet kunnen worden in hun persoonlijke expertise.

Om afgestudeerden beter te laten ‘matchen’ met de arbeidsmarkt zetten we verder fors in op duaal leren. Dit zal zorgen voor een betere afstemming tussen onderwijs en arbeidsmarkt zodat jongeren op de werkvloer ook een diploma secundair onderwijs kunnen halen én ondertussen wél al hun talent inzetten op die arbeidsmarkt.
Er stromen in Limburg niet minder 18-jarigen naar het hoger onderwijs (60%), wel 5% minder naar de universiteit dan in de rest van Vlaanderen. Er is op dit vlak een oorzakelijk verband tussen het aanbod en participatiegraad. De opleidingen die de UHasselt aanbiedt, hebben een substantieel hogere participatiegraad. We pleiten daarom voor een grotere onderwijsbevoegdheid voor de UHasselt. Dit alles samen zal de Limburgse braindrain naar Leuven, Brussel, Antwerpen of Gent tegenhouden en onze samenleving sterker maken.

5. Limburg als eerste Europese regio klimaatneutraal met compensatie voor groene- en open ruimtes.

De Limburgse gemeenten (uitgezonderd Voeren) hebben zich verenigd in een écht klimaatbedrijf Nuhma dat volop inzet op groene energie. We vormen dit nu om naar een echte burgercoöperatieve. Op die manier kunnen alle geïnteresseerde Limburgers samen met de gemeenten werken aan een klimaatneutraal Limburgdat haalbaar & betaalbaar is. In 2020 zal 100% van de gezinnen gedekt worden door groene stroom. In 2025 moet dat ook het geval zijn voor de Limburgse overheden door bv. projecten van zonnedaken op sporthallen, gemeentehuizen etc. In 2030 voor de Limburgse bedrijven en grootverbruikers.

We onderschrijven de ambitie om het bijkomend ruimtebeslag in Vlaanderen tegen 2040 tot nul te reduceren. Het behoeden van de open ruimte wordt dus een van de allergrootste ruimtelijke uitdagingen de komende decennia. In Limburg nemen we hiervoor onze verantwoordelijkheid, maar vragen we wel een substantiële compensatie in het gemeentefonds*.


Toekomstige ontwikkelingen moeten gerealiseerd worden op de beste locaties. Dit zijn locaties met de hoogste knooppuntwaarde (aanwezigheid collectief vervoer) en het niveau van voorzieningen (scholen, zorginstellingen, e.d.), maar op maat van Limburg. Dit wil zeggen dat ‘elke’ gemeente zijn ‘beste locaties’ heeft. We onderschrijven ook deze fundamentele ruimtelijke uitgangspunten doch vanuit de Limburgse realiteit, één van een te schaars aanbod aan collectief vervoer en dus met de duidelijke boodschap om ook rekening te houden met de toekomstige ontwikkelingen op dat vlak.

Voor een kwaliteitsvolle leefomgeving in Limburg is daarom een Beleidsplan Ruimte Limburg onontbeerlijk. Dit nieuwe plan vertrekt vanuit onze Limburgse eigenheid: we versterken ons platteland, onze stedelijkheid en de Limburgse economische clusters. Tegelijkertijd bouwen we verder aan een van onze belangrijkste troeven: onze open ruimtes.

6. Dé Health Campus van Vlaanderen ligt in Limburg.

In Limburg willen we dé Health Campus van Vlaanderen uitbouwen. De universiteit én de hogescholen moeten dit project samen met LRM en de zorgaanbieders in Limburg op de campus van de universiteit realiseren. Een campus waar welzijn en gezondheid centraal staan en innovatie het codewoord is. 

De focus komt te liggen op medische technologie (MedTech), biotechnologie (BioTech) en de digitalisering van de zorg. De MedTech en BioTech gaan van het ontwikkelen van pleisters waardoor patiënten met een katheter veilig kunnen douchen tot celtransplantaties om bij diabetespatiënten de insulinewerking te herstellen.

In het kader van een doorgedreven digitalisering van de zorg in Limburg investeren we in verschillende domeinen:

  1. Snelle digitale netwerken tussen de Limburgse ziekenhuizen
  2. Eén centraal mobiliteitsplatform voor niet-dringend patiëntenvervoer
  3. Een digitaal persoonlijk dossier voor zorg en welzijn waarvan elke Limburger zelf eigenaar is en waar alle informatie rond zijn zorg met 1 muisklik kan geconsulteerd worden, zoals afspraken met zorgverleners, een overzicht van activiteiten, een medicatieschema, verslagen van onderzoeken, vaccinaties …

7. Een Limburgs veiligheidspact.

Een samenleving kan maar functioneren als iedereen weet dat ontoelaatbaar gedrag niet getolereerd, maar daadwerkelijk aangepakt wordt. Een adequaat veiligheidsbeleid vereist performante justitie en veiligheidsdiensten. De slagkracht bij politie en parket moet worden versterkt om de toenemende georganiseerde criminaliteit in onze provincie een halt toe te roepen, maar ook om de verkeersveiligheid te verbeteren.

CD&V wil een globaal Limburgs veiligheidspact dat gebaseerd is op 3 pijlers:

  1. Extra middelen voor politie en parket
  2. Een permanent Limburgs ‘gemeenschappelijk onderzoeksteam’
  3. Eén Limburgs cameraschild van slimme camera's

Extra middelen voor politie en parket. De lange grens met Nederland, de nabijheid van de haven van Antwerpen en de forse strijd die in Nederlands Limburg tegen de georganiseerde drugscriminaliteit wordt gevoerd, maken dat Limburg zwaar te lijden heeft onder de drugscriminaliteit. Vorig jaar werden 43 drugslabo’s in heel Vlaanderen aangetroffen, in Limburg alleen al zaten we aan 30. Jaarlijks worden ook tussen de 150 en 200 wietplantages opgeruimd. Daarom willen we meer inzetten op de aanpak van die criminele organisaties, niet alleen omdat het een misdrijf is, maar ook omdat het de hele samenleving ontwricht. Het Kempen-Maasplan moet een effectief strijdplan worden in de aanpak van de grensoverschrijdende drugscriminaliteit. We ijveren in dit verband dan ook voor extra capaciteit voor zowel politie als parket.

De oprichting van een permanent Limburgs ‘gemeenschappelijk onderzoeksteam’ naar analogie van eurocrime, waarbij rechercheurs uit Belgisch en Nederlands Limburg effectief de handen in elkaar slaan, is noodzakelijk. Niet alleen de slagkracht van justitie en politie moeten we versterken, maar ook die van onze lokale besturen en de burgemeesters in de strijd tegen de georganiseerde misdaad. Hierin zien we een rol weggelegd voor de provincie Limburg die extra capaciteit moet vrijmaken om de bestuurlijke handhaving via het Arrondissementeel Informatie- en Expertisecentrum (ARIEC) effectief uit te rollen over alle Limburgse gemeenten. Ook voor de uitrol van de integriteitsbeoordeling van houders of aanvragers van vergunningen via de toekomstige Directie Integriteitsbeoordeling voor Openbare Besturen (DIOB) moet er provinciale capaciteit ingezet ter ondersteuning van de lokale besturen.

We moeten zo snel als mogelijk het Limburgs cameraschild van ANPR-camera’s vervolledigen. Dit zal ons in staat stellen de grenscriminaliteit effectiever te bestrijden. De inzet van de camera’s in ‘real time’ is hierbij een belangrijke next step.

8. Limburg SLIM besturen.

Er zijn heel wat Limburgers die werken in Brussel, Antwerpen of Vlaams-Brabant. Die zijn het beu om elke dag in de file te staan. Die willen liever bij hun gezin zijn of wat meer vrije tijd hebben. S-Lim verenigt de Limburgse gemeenten om via samenwerking de regio te laten uitgroeien tot een ‘slimme regio’. In een slimme regio creëren lokale besturen, bedrijven, onderzoeksinstellingen en burgerinitiatieven samen oplossingen voor stedelijke, landelijke en vooral mobiliteitsuitdagingen. We willen Limburg SLIM besturen en onze mobiliteitsachterstand ombuigen naar een voorsprong. Concreet betekent dat het volgende:

  • Eén geïntegreerde app waarmee je alle vervoer in Limburg kan regelen (deelfiets, deelstep, taxi, vervoer op maat, trein …)
  • In elke gemeente minstens 1 mobipunt
  • Ontbrekende mobiliteitschakels definitief verankeren:
    • Spartacuslijnen 1, 2 en 3 ontegensprekelijk uitvoeren
    • Noord-zuidverbinding aanleggen
    • Omleidingswegen in Tongeren en Pelt
    • Treinverbinding Hamont - Weert realiseren
    • Station Halen als voorbeeld van multimobiliteit

9. GEEN verplichte fusies.

CD&V ligt aan de basis van 7 succesvolle fusies van gemeenten. De basis hiervoor was draagvlak van onderuit en niet een verplichting van bovenaf. Er zijn opgelegde fusies uit 1976 die na 40 jaar nog steeds niet verwerkt zijn. Je kan niet door een muur lopen, behalve als er een deur in zit.

Maar dat betekent niet dat wij blind zijn voor de grote uitdagingen waarvoor onze lokale besturen staan. Uitdagingen op vlak van vergrijzing, mobiliteit, veiligheid etc. confronteren onze kleinere besturen steeds vaker met hun beperkingen op vlak van capaciteit, expertise en financiële mogelijkheden. Een grotere schaal is nodig. Maar respect voor identiteit is dat ook. Vrijwillige fusies moeten kunnen blijven rekenen op een financiële bonus, maar ook nieuwe samenwerkingsverbanden moeten financieel beloond worden.

Kortom. Kleine gemeenten versterken we van onderuit, niet d.m.v. een dictaat vanuit het Martelarenplein (of Schoon Verdiep).

10. Hervorming gemeentefonds: een Antwerpenaar is NIET 4x waard dan een Limburger!

Het totale gemeentefonds bedraagt 2,4 miljard euro. De stad Antwerpen krijgt vandaag 1233 euro per inwoner uit het gemeentefonds terwijl dat in Limburg gemiddeld 318 euro is. De systematische bevoordeling van 34 centrumsteden en 10 kustgemeenten bij de verdeling van de Vlaamse middelen is achterhaald. De verdeling berust niet op actuele objectieve maatstaven. Men houdt onvoldoende rekening met evoluties op vlak van armoede, ruimtelijke evolutie, bevolkingscijfers … maar bouwt verder op een regeling van begin 2000 op basis van een limitatieve lijst van steden en gemeenten.

Het gemeentefonds moet voor CD&V minstens op 2 vlakken gecorrigeerd worden:

  1. Grote gemeenten met de kenmerken en sociaaleconomische uitdagingen van een centrumstad moeten gewaardeerd worden als een centrumstad
  2. Het aandeel voor compensatie open ruimte moet minstens opgetrokken worden tot 8% of 50 miljoen euro extra

Welkom bij CD&V. Onze websites maken gebruik van cookies om jouw gebruikservaring te optimaliseren. Lees onze Cookies Policy voor meer informatie. Ons cookiebeleid en deze voorkeuren gelden voor alle CD&V-websites. Door op 'Akkoord' te klikken, ga je akkoord met de geselecteerde cookies.