Interview HNB

zaterdag 16 september

wouter beke

“Terreur, een ramp voor de hulpverlening.” Dat is de titel van het seminarie dat in Congrescentrum Lamot in ­Mechelen plaatsvindt. Een interessant onderwerp zo blijkt, want de ­hal van het gebouw loopt vol. Maar wie goed kijkt, ontwaart tussen de ambulanciers, militairen en andere hulpverleners hier en daar een verdwaalde CD&V'er. Zij lopen af en aan naar het achterafzaaltje waar de partij haar jaarlijkse fractiedagen houdt. Net als bij het terreur-seminarie gaat het ook op de CD&V-fractiedagen over een ramp, maar vooral over hoe die vermeden kan worden. Meer bepaald, hoe kan CD&V vermijden dat N-VA bij de lokale verkiezingen van 2018 de grootste partij wordt? Als dat gebeurt, zou CD&V haar titel van centrum­partij moeten inleveren.

Maar voorzitter Wouter Beke blaakt van zelfvertrouwen. Hij heeft zijn troepen toegesproken en hen doordrongen van een nieuw mantra: “Kwaliteit van het leven”. Dat wordt het CD&V-richtsnoer voor de gemeenteraadsverkiezingen, hét argument om te overtuigen dat CD&V nog nodig is, van Dorpsstraat tot Wetstraat.

“Op lokaal niveau zijn wij nu de grootste partij, en dat willen we blijven”, verduidelijkt Wouter Beke. “Nu is de strategie vastgelegd hoe we dat gaan doen. In ieder geval niet door de gemeenteraadsverkiezingen van volgend jaar te gaan 'nationaliseren'. Dit zijn en blijven lokale tests voor steden en gemeenten. Maar we gaan dat wel vanuit een overkoepelend verhaal doen. Daarin stellen we de kwaliteit van het leven centraal.”

“Het is zoals een huis bouwen. We hebben de fundamenten gegoten door met de federale regering meer jobs te creëren en de veiligheid te versterken, nu bouwen we daarop verder door de kwaliteit van het leven te verbeteren. Dat gaat over de combinatie van werk en gezin, het welbevinden op school, of een veilige en leefbare buurt.”

“Kwaliteit van het leven”, daar kan toch niemand tegen zijn? Vindt niet elke partij dat zij de kwaliteit van het leven verbetert?

“Ik zie andere partijen toch voorstellen doen die de kwaliteit van het leven verminderen. Kijk naar de pensioendiscussie (waarbij werkloze 50-plussers minder pensioenrechten zouden krijgen, nvdr.). Of veiligheid, waarbij zowel repressie als preventie belangrijk is. Ik zie partijen die alleen het één willen, en besparen op het ander.”

Het klinkt wel heel erg enerzijds-anderzijds. Zitten mensen daar wel op te wachten?

“Er is een hele groep mensen die de dagelijkse polarisering beu is. Dit is ook geen soft verhaal. Ons uitgangspunt is dat er duidelijke grenzen zijn aan de samenleving. Iedereen die deze overschrijdt, moet streng worden aangepakt. Maar tegelijk moet iedereen die zich aan de regels en de normen houdt een eerlijke kans krijgen.”

U wil niet dat de gemeenteraadsverkiezingen een nationale test zijn, maar dat zijn ze toch wel? Uw N-VA-collega Bart De Wever heeft ze op zijn fractiedagen zelfs uitgeroepen tot dé kans voor N-VA om de centrumpartij van Vlaanderen te worden, ten koste van CD&V.

“Lokaal zijn wij nog steeds de grootste partij. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2012 hadden we 26 procent van de stemmen, we hebben 137 burgemeesters, we zitten in het bestuur van zeventig procent van de steden en gemeenten. In 2018 zal de verkiezingsuitslag psychologisch belangrijk zijn, maar voor mij gaat het vooral om de mensen en de keuze die ze maken. Kiezen zij voor een duidelijk project dat de mensen verbindt en de samenleving versterkt, of kiezen ze voor een model waarbij voort­durend tweedracht wordt gezaaid en een discours van islamofobie wordt gevoerd?”

“Voor mij schuilt daarin trouwens ook de definitie van een centrumpartij. Niet per se de grootste partij, maar wel de partij die erin slaagt om verschillende groepen achter één boodschap te krijgen, en hen niet ­tegen ­elkaar opzet.”

Is N-VA een islamofobe partij?

“N-VA is in 2014 groot geworden door het Vlaams Belang leeg te vreten, en nu doen ze er in hun discours alles aan om die kiezers voor zich te blijven winnen. Dat zie je goed aan de tweets van Theo Francken. We voeren met de regering een centrum­beleid, maar zij vertalen dat in een rechts discours. Dat is hun keuze. Het enige voordeel is dat dit het verschil tussen de twee partijen alleen maar duidelijker maakt. De vraag is alleen of je zo het samenleven duurzaam verbetert.”

Het verhaal van N-VA lijkt wel een pak meer kiezers te overtuigen. In de jongste peiling stond N-VA op 30,2 procent, tegenover 16,1 procent voor jullie.

“Ik kan niet zeggen dat ik tevreden ben met dat resultaat. Maar ik ben nu zeven jaar voorzitter, en ik laat me niet leiden door peilingen. Enkele weken voor de gemeenteraadsverkiezingen van 2012 voorspelde diezelfde peiling dat wij 15 procent zouden halen, tegenover 37 procent voor N-VA. Uiteindelijk hebben we afgeklopt op 26 procent.”

Is het probleem vandaag niet dat N-VA en CD&V het beleid van dezelfde federale regering verdedigen, maar dat N-VA harder roept, en jullie zo overstemt?

“Dat klopt, maar wij deliveren wel meer in de regering. Zo is vriend en vijand onder de indruk van het palmares dat Koen Geens kan voorleggen op het vlak van justitie en veiligheid. Hetzelfde geldt voor Kris Peeters op Werk, met de creatie van jobs en de maatregelen voor werkbaar werk.”

U vergeet Pieter De Crem, uw staatssecretaris voor Buitenlandse Handel. 'Delivert' hij ook?

“Onrechtstreeks wel, als je ziet dat de export stijgt en onze handelsbalans verbetert.”

Dankzij De Crem?

“Hij niet alleen, maar je ziet dat het een meerwaarde is om iemand te hebben die zich volledig kan focussen op buitenlandse handel.”

Dat is de laatste jaren nochtans al vanuit verschillende hoeken in twijfel getrokken.

(lange stilte)

Terug naar Kris Peeters. Hij trekt de Antwerpse CD&V-lijst. Gaan jullie daar voor de burgemeesterssjerp?

“Het is aan de kiezer om daarover te oordelen. Maar als die dat wil, dan hebben we daar inderdaad een kandidaat-burgemeester. Ik ben blij dat Kris die taak op zich heeft genomen.”

Ongeveer elke federale minister doet mee aan de gemeenteraadsverkiezingen. Dreigt dat de regering-Michel niet te verlammen?

“Dat hoeft helemaal niet zo te zijn. Di Rupo was als premier ook kandidaat-burgemeester van Mons, en dat was geen probleem. Alleen als mensen willen dat dit doorweegt, zal dit doorwegen. Maar als mensen de professionaliteit hebben om het één van het ­ander te scheiden, dan hoeft dat de ­regering helemaal niet te verlammen.”

De socialistische vakbond probeert de regering en hele land op 10 oktober wél te verlammen met een nationale staking. Is dat een politieke staking?

“Het is in elk geval niet toevallig dat ze net plaatsvindt op dezelfde dag als de State of the Union. Ik vind het een nodeloze staking. Het is begonnen bij de NMBS na een voorstel tot privatisering van de spoorwegen (door N-VA-minister Van Overtveldt, nvdr.), terwijl daar helemaal geen sprake van is. In die zin is de staking zonder voorwerp. Het is ook niet verstandig om een privatisering af te kondigen die er niet zal komen. Zo'n provocatie zorgt voor nodeloze stakingen en geeft België nodeloos een slecht imago.”

De pensioendiscussie van deze week lijkt u vooral over te laten aan vicepremier Peeters. Wat vindt u zelf van het schouwspel?

“Het was alleszins niet fraai. Daarmee zijn weinig punten gescoord. Het toont aan waarom het een goede zaak is wat voorzichtig te zijn in je communicatie. Ik begrijp ook echt niet waarom je per se mensen die heel hun leven gewerkt en dus bijgedragen hebben, maar de brutale pech hebben na hun vijftigste werkloos te worden, ook nog eens wil straffen via hun pensioen? Al die tijd en energie zouden we beter investeren in het opnieuw aan de slag helpen van die mensen.”

Pieter lesaffer

Volg Wouter

Facebook   Twitter LinkedIn Logo Youtube

Twitter